Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0573

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-01-2013
Datum publicatie
07-02-2013
Zaaknummer
12-2182 AW-T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. De afwijzing is mondeling meegedeeld aan betrokkene en bij uitblijven van een schriftelijk besluit moet die mededeling inderdaad (achteraf) worden opgevat als een met een besluit gelijk te stellen handeling, waardoor betrokkene rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Dit hoefde betrokkene niet reeds bij ontvangst van de mededeling duidelijk te zijn; hij mocht in beginsel rekenen op een schriftelijke beslissing op zijn schriftelijke verzoek. Appellant is er niet op gewezen dat hij bezwaar kon maken tegen de mededeling. De korpschef wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2013/71
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/2182 AW-T

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 maart 2012, 11/9389 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden, thans de korpschef van politie

Datum uitspraak: 31 januari 2013

Zitting hebben: K. Zeilemaker

Griffier: S.K. Dekker

Ter zitting zijn verschenen: [Appellant], bijgestaan door drs. G.N.R. [P.] en

namens de korpschef van politie mr. E. Nijhof, advocaat, en mr. Drs. L. van der Toorn.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt de korpschef op om binnen zes weken nadat deze tussenuitspraak is gedaan het gebrek in het besluit van 21 november 2011 te herstellen met inachtneming van het onderstaande.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Het verzoek van appellant van 29 december 2010 om per oktober 2011 in aanmerking te komen voor de “vertrekregeling van werk naar werk ” is - na een positief advies hierover - mondeling afgewezen tijdens een gesprek in de periode van 25 tot en met 28 juli 2011 (volgens de korpschef) dan wel begin augustus 2011 (volgens appellant). Bezwaar is gemaakt bij fax van 13 september 2011. Bij besluit van 21 november 2011 (bestreden besluit) is dat bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Bij de aangevallen uitspraak is dat onderschreven.

2. Uitgaande van de versie van de korpschef is de fax na de termijn van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnengekomen. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 5 juli 2011, LJN BR1156) leidt het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij een besluit tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, mits belanghebbende daar een beroep op doet en stelt dat de termijnoverschrijding daar een gevolg van is. Dit lijdt uitzondering indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat belanghebbende wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken. Deze uitzondering deed zich volgens de rechtbank voor.

3. Dat oordeel wordt niet gedeeld. De afwijzing is mondeling meegedeeld aan betrokkene en bij uitblijven van een schriftelijk besluit moet die mededeling inderdaad (achteraf) worden opgevat als een met een besluit gelijk te stellen handeling, waardoor betrokkene rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Dit hoefde betrokkene niet reeds bij ontvangst van de mededeling duidelijk te zijn; hij mocht in beginsel rekenen op een schriftelijke beslissing op zijn schriftelijke verzoek. Appellant is er niet op gewezen dat hij bezwaar kon maken tegen de mededeling. De rechtbank heeft onder deze omstandigheden ten onrechte een uitzonderingssituatie aangenomen. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

4. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven nu is nagelaten inhoudelijk op het bezwaar van appellant te beslissen. Over de inhoud van de zaak bestaat onvoldoende duidelijkheid om

zelf in de zaak te voorzien, zoals appellant heeft gevraagd. Daarom bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de beroepswet de korpschef op te dragen dit gebrek binnen zes weken te herstellen.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) S.K. Dekker (getekend) K. Zeilemaker

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD