Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0315

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
01-02-2013
Zaaknummer
11-1668 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging uitkering op grond van de ZW. Zorgvuldig onderzoek bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsarts. Appellant was niet buiten staat zijn werk te verrichten. Afwijzing verzoek om schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1668 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 februari 2011, 10/4817 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 30 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.W.G.J. de Haas, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 19 december 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. Appellant was werkzaam als [naam functie] bij [naam bedrijf]. Vanuit de situatie dat hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, heeft hij zich vanwege schouder- en nekklachten op 21 mei 2010 ziek gemeld. Appellant heeft het spreekuur van een bedrijfsarts op 8 juli 2010 bezocht. Na onderzoek is deze arts tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 9 juli 2010 geschikt is te achten voor zijn arbeid. Bij besluit van 8 juli 2010 is appellants uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) beëindigd met ingang van 9 juli 2010. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 5 november 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan is een rapport van een bezwaarverzekeringsarts van 1 november 2010 ten grondslag gelegd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat geen aanknopingspunten zijn gevonden om te oordelen dat de conclusie van het Uwv gebaseerd is op onzorgvuldig onderzoek. Volgens de rechtbank hadden de bedrijfsarts en de bezwaarverzekeringsarts bij hun onderzoek een volledig beeld van de gezondheidstoestand van appellant op de datum in geding voor ogen en waren zij voldoende op de hoogte van zijn klachten. De rechtbank was van oordeel dat zij, op grond van de haar ter beschikking staande medische gegevens en onderzoeksbevindingen van het Uwv, niet tot een andere conclusie kan komen dan dat appellant met ingang van 9 juli 2010 geschikt is om zijn arbeid te verrichten.

3. In hoger beroep heeft appellant de juistheid van die uitspraak betwist. Daarbij heeft hij zijn standpunt herhaald dat het Uwv te weinig rekening heeft gehouden met zijn klachten en beperkingen en met de inlichtingen van de behandelende sector. Appellant blijft erbij dat hij niet in staat is om zijn arbeid te verrichten.

4. De Raad overweegt dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek hebben ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant en op verantwoorde wijze hebben geconcludeerd dat appellant op de datum in geding niet buiten staat was zijn werk te verrichten. Hij stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De in hoger beroep herhaalde gronden kunnen geen ander licht op de zaak werpen, aangezien appellant in hoger beroep geen (nieuwe) medische gegevens heeft overgelegd.

5. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en A.I. van der Kris en G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2013.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) Z. Karekezi

JL