Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY9399

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-01-2013
Datum publicatie
24-01-2013
Zaaknummer
12-1765 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO. Hoogte dagloon. Uit hetgeen appellant naar voren heeft gebracht blijkt niet dat de berekening onjuist is of dat daarbij van verkeerde gegevens is uitgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1765 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 februari 2012, 11/8751 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 18 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1.1. Het Uwv heeft aan appellant bij besluit van 31 mei 2011 met ingang van 28 maart 2011 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toegekend. Het dagloon op basis waarvan de uitkering is vastgesteld bedraagt volgens dit besluit € 146,42.

1.2. In bezwaar heeft appellant de hoogte van het dagloon aangevochten. Het Uwv heeft het bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2011 bij besluit van 7 oktober 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is uiteengezet op welke wijze het dagloon is berekend.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat in beroep niet is gebleken dat het Uwv het dagloon van appellant onjuist heeft berekend. De beroepsgrond van appellant op dit punt is niet onderbouwd, aldus de rechtbank, zodat van de juistheid van de berekening wordt uitgegaan. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant volstaan met de constatering dat hij meent “een verschil te ontdekken” tussen verschillende bedragen die blijkens onderscheiden gedingstukken bij de berekening van het dagloon zijn betrokken. Het verschil kan volgens appellant niet worden verklaard en de rechtbank heeft dan ook ten onrechte ongemotiveerd vastgesteld dat het dagloon terecht op een bedrag van € 146,42 is bepaald. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat het refertejaar voor de berekening van het dagloon loopt van 23 maart 2008 tot en met 22 maart 2009. Appellant heeft in deze periode gewerkt bij twee werkgevers. De juistheid van de vaststelling door het Uwv van hetgeen appellant in het refertejaar heeft verdiend is niet aangevochten.

4.2. De rechtbank heeft terecht het bestreden besluit beoordeeld met inachtneming van de daartegen gerichte beroepsgrond.

4.3. Het Uwv heeft zowel in het bestreden besluit als in het verweerschrift in hoger beroep uiteengezet hoe het dagloon is berekend en hoe de verschillen in berekening kunnen worden verklaard. De gedingstukken waarnaar daarbij is verwezen ondersteunen deze uiteenzetting. Uit hetgeen appellant naar voren heeft gebracht blijkt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, niet dat de berekening onjuist is of dat daarbij van verkeerde gegevens is uitgegaan. Appellant heeft klaarblijkelijk voorbij gezien aan de uitvoerig en inzichtelijk uitgelegde, aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde, dagloonberekening. Daarom mocht de rechtbank in haar uitspraak volstaan met de door haar gegeven motivering in de vorm van een verwijzing naar die berekening.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2013.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) J.R. Baas