Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY9381

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
25-01-2013
Zaaknummer
12-3457 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toekenning van een vergoeding voor de kosten van uitbreiding van huishoudelijke hulp tot twee dagdelen per week. Een vergoeding voor meer dan twee dagdelen is geweigerd. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens overgelegd die daartoe aanleiding zouden kunnen geven. Het is duidelijk dat appellant nu veel minder huishoudelijke hulp vergoed krijgt dan toen zijn echtgenote nog leefde. Dat hij samen met haar over vijf dagdelen huishoudelijke hulp kon beschikken, wil echter niet zeggen dat hij op grond van zijn eigen causale beperkingen op méér dan twee dagdelen aanspraak kan maken. Bepalend zijn hier de beperkingen die appellant zelf ondervindt. Ook de omstandigheid dat hij in een groot huis woont en altijd gewend is geweest dit schoon en netjes te hebben, is niet voldoende om een medische noodzaak voor drie dagdelen aan te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/3457 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 24 januari 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 april 2012, kenmerk BZ01449401 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2012. Appellant is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant, geboren in 1923, is in 1976 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Daarbij is aanvaard dat zijn psychische klachten en rugklachten in causaal verband staan met de vervolging. In 1994 is hem een vergoeding toegekend voor de kosten van extra huishoudelijke hulp, éénmaal per week gedurende een halve dag.

1.2. In oktober 2011 heeft appellant verzocht om uitbreiding van het aantal uren huishoudelijke hulp. Daarbij heeft hij erop gewezen dat zijn echtgenote, die op 2 september 2010 is overleden, op eigen naam een vergoeding voor vier dagdelen per week ontving. Die vergoeding is nu weggevallen.

1.3. Bij besluit van 17 februari 2012 heeft verweerder aan appellant met ingang van 1 oktober 2011 een vergoeding toegekend voor de kosten van uitbreiding van huishoudelijke hulp tot twee dagdelen per week. Een vergoeding voor meer dan twee dagdelen is geweigerd. Het hiertegen gerichte bezwaar van appellant is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Verweerder voert het beleid dat personen van 70 jaar of ouder voor twee dagdelen huishoudelijke hulp per week in aanmerking komen indien daarvoor een medische noodzaak bestaat op grond van het totaal van beperkingen als gevolg van causale en niet-causale aandoeningen. Vast staat dat appellant aan deze voorwaarde voldoet.

2.2. Toekenning voor méér dan twee dagdelen per week kan volgens het beleid plaatsvinden op grond van de causale beperkingen, bijvoorbeeld bij beperkingen in de maaltijdbereiding of als er sprake is van ernstige (zelf)verwaarlozing en/of chaotisch gedrag. Op grond van de adviezen van twee geneeskundig adviseurs heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat in het geval van appellant niet is gebleken van causale beperkingen die vergoeding van méér dan twee dagdelen rechtvaardigen. Een medische noodzaak daarvoor acht verweerder dan ook niet aanwezig.

2.3. In hetgeen appellant heeft aangevoerd, ziet de Raad geen grond om dit standpunt van verweerder voor onjuist te houden. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens overgelegd die daartoe aanleiding zouden kunnen geven. Het is duidelijk dat appellant nu veel minder huishoudelijke hulp vergoed krijgt dan toen zijn echtgenote nog leefde. Dat hij samen met haar over vijf dagdelen huishoudelijke hulp kon beschikken, wil echter niet zeggen dat hij op grond van zijn eigen causale beperkingen op méér dan twee dagdelen aanspraak kan maken. Bepalend zijn hier de beperkingen die appellant zelf ondervindt. Ook de omstandigheid dat hij in een groot huis woont en altijd gewend is geweest dit schoon en netjes te hebben, is niet voldoende om een medische noodzaak voor drie dagdelen aan te nemen.

2.4. Het beroep is dus ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2013.

(getekend) R. Kooper

(getekend) M.R. Schuurman