Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY9263

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
24-01-2013
Zaaknummer
11-1385 WUV-R
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2012, LJN BY0307.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1385 WUV-R

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2012, 11/1385 AW

Partijen:

[A. te B.]

De Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 10 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Naar aanleiding van de brief van 31 oktober 2012 van de gemachtigde van de Svb,

A.T.M. Vroom-van Berckel, heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 4 oktober 2012 in het geding tussen appellant en de Svb kennelijke fouten bevat in overwegingen 1.1 en 1.3.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te rectificeren.

Gemachtigde van appellant, mr. Bierenbroodspot, heeft bij brief van 16 november 2012 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Naar aanleiding van deze brief heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak nog een kennelijke fout bevat in overwegingen 1.1, 1.2 en 1.4.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak ook met betrekking tot de laatstgenoemde fout te rectificeren.

De Svb heeft daarop medegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen de rectificatie.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft vastgesteld dat in overweging 1.1 ten onrechte is vermeld dat appellant in 1995 op grond van psychische invaliditeit is erkend als burgeroorlogsslachtoffer in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogslachtoffers 1940-1945 in plaats van dat appellant in 1996 door de Raadskamer Wuv vanwege onderduik als joods kind is erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

2. De Raad heeft vastgesteld dat in overweging 1.3 ten onrechte het LJN-nummer BH9370 is vermeld in plaats van BH9356.

3. De Raad heeft vastgesteld dat in de overwegingen 1.1, 1.2 en 1.4 ten onrechte is vermeld dat de periodieke uitkering van appellant op de minimumgrondslag was gebaseerd.

4. De Raad zal de vergissingen herstellen door de uitspraak van 4 oktober 2012 in de hiervoor vermelde zin te rectificeren.

5. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-wijzigt in overweging 1.1 de tekst “in 1995, naar aanleiding van een in augustus 1994 ingediende aanvraag, op grond van psychische invaliditeit erkend als burgeroorlogslachtoffer in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hierbij is aanvaard dat sprake is van tot die psychische klachten te rekenen” in de tekst “in 1996, naar aanleiding van een in augustus 1994 ingediende aanvraag, door verweerder vanwege onderduik als joods kind erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Hierbij is aanvaard dat sprake is van psychische klachten en tot die psychische klachten te rekenen”;

-verwijdert in rechtsoverweging 1.1 de tekst “de minimum grondslag in verband met”;

-wijzigt in overweging 1.2 de tekst “het feit dat de periodieke uitkering op de minimum grondslag was gebaseerd” in de tekst “de grondslag waarop de periodieke uitkering was gebaseerd”;

-wijzigt in overweging 1.3 het nummer “9370” in “9356”;

-wijzigt in overweging 1.4 de tekst “het hanteren van de minimum grondslag” in “de grondslag”.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2013.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) M.R. Schuurman

HD