Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY9134

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
10/6539 WWB, + 12/6445 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad, met gegrondverklaring van het beroep van appellant, het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, voor zover daarbij een maatregel is opgelegd van verlaging van de bijstand met 100% voor de duur van een maand wegens het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6539 WWB, 12/6445 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 19 november 2010, 09/2168 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Kompas, gemeentelijk collectief voor werk, inkomen & zorg (dagelijks bestuur)

Datum uitspraak 22 januari 2013.

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 25 september 2012 een tussenuitspraak gedaan (LJN BX8181, hierna: tussenuitspraak).

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het dagelijks bestuur op 16 oktober 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Namens appellant heeft mr. E.H.J.M. Dohmen, advocaat, bij brief van 9 november 2012 zijn zienswijze gegeven.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Tevens heeft de Raad besloten de zaak te verwijzen naar de enkelvoudige kamer.

Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak voor een uiteenzetting van de feiten waar hij van uitgaat bij zijn oordeelsvorming. Hieraan voegt hij het volgende toe.

2. Het dagelijks bestuur heeft bij zijn besluit van 16 oktober 2012 (nadere besluit) het geconstateerde gebrek dat aan het besluit op bezwaar van 13 november 2009 (bestreden besluit) kleefde, hersteld. Het dagelijks bestuur heeft - onder herroeping van het besluit van 17 juli 2009 - de bijstand over de maand juni 2009 verlaagd met 20% wegens het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een re-integratietraject en/of aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. Het dagelijks bestuur heeft wettelijke rente over de na te betalen bijstand toegekend. Ook is een vergoeding toegekend voor de kosten in bezwaar.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hem volledige bijstand over de maand juni 2009 toekwam. Nu niet geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, strekt het geding in hoger beroep zich, gelet op de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, mede uit tot het nadere besluit.

4. Appellant heeft geen gronden tegen het nadere besluit aangevoerd. Het daartegen gerichte beroep is dus ongegrond.

5. Zoals in de tussenuitspraak onder 4.9 is overwogen, komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad, met gegrondverklaring van het beroep van appellant, het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, voor zover daarbij een maatregel is opgelegd van verlaging van de bijstand met 100% voor de duur van een maand wegens het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

6. Aanleiding bestaat om het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 944,-- in beroep en € 1.180,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-vernietigt de aangevallen uitspraak;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 13 november 2009 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover daarbij een maatregel is opgelegd van verlaging van de bijstand met 100% voor de duur van een maand wegens het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 16 oktober 2012 ongegrond;

-veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.124,--;

-bepaalt dat het dagelijks bestuur aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2013.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) R.B.E. van Nimwegen

IvR