Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8394

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
15-01-2013
Zaaknummer
10-2973 WAO-T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. De Raad concludeert dat de medische grondslag van het bestreden besluit ondeugdelijk is te achten en dat derhalve het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Om te kunnen komen tot een finale beslechting van het geschil ziet de Raad aanleiding om het Uwv opdracht te geven dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De bezwaarverzekeringsarts van het Uwv dient met betrekking tot de datum in geding 8 september 2008 een nieuwe FML op te stellen, waarin de beperkingen van appellante worden vastgelegd zoals deze door de deskundige Trompenaars, volgens diens rapporten van 26 juni 2012 en 18 augustus 2012, van toepassing worden geacht en, zo nodig in overleg met de bezwaararbeidsdeskundige, te bezien wat dit betekent voor de houdbaarheid van de in het bestreden besluit vervatte schatting. Afhankelijk van de uitkomsten van deze nadere beoordeling dient een nieuw besluit te worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2973 WAO-T

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2010, 09/671 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 4 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.M.M. Teklenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn nadere stukken in het geding gebracht, waarop door het Uwv is gereageerd.

Namens appellante is een reactie hierop ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Teklenburg. Het Uwv was vertegenwoordigd door

M.W.L. Clemens.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde een onafhankelijk deskundige te benoemen voor het instellen van nader onderzoek.

De Raad heeft een voorgenomen vraagstelling aan een psychiatrisch deskundige opgesteld, waarop partijen hebben gereageerd.

De Raad heeft psychiater dr. A.J.W.M. Trompenaars als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek.

Op 26 juni 2012 is een schriftelijk verslag aan de Raad uitgebracht van het door psychiater Trompenaars, in samenwerking met klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog

dr. L.E.E. Ligthart, verrichte onderzoek.

Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 26 juli 2012 een commentaar op dit verslag ingezonden.

Desgevraagd is ook namens appellante op het verslag van de deskundige gereageerd.

Op verzoek van de Raad heeft deskundige Trompenaars bij aanvullend rapport van

18 augustus 2012 op dit commentaar gereageerd.

Desgevraagd heeft het Uwv bij schrijven van 14 september 2012 commentaar geleverd op dit aanvullende rapport.

Partijen hebben toestemming gegeven nader onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.

De Raad heeft partijen ervan in kennis gesteld dat de zaak voor verdere behandeling is verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad. Partijen hebben laten weten de door hen gegeven toestemming tot het achterwege laten van nader onderzoek ter zitting te handhaven.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is in 1998 wegens eczeem en psychische klachten uitgevallen voor haar werkzaamheden als kraamverzorgster. Met ingang van 24 maart 1999 is zij in verband hiermee in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 17 juli 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante met ingang van 7 september 2008 ingetrokken, op de grond dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen naar minder dan 15%. De medische grondslag van dit besluit berust mede op het op verzoek van de verzekeringsarts door psychiater J.D.J. Tilanus omtrent appellante uitgebracht expertiserapport van 1 oktober 2007.

1.3. Bij besluit van 27 januari 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 17 juli 2008 gegrond verklaard, het besluit van 17 juli 2008 herroepen en de WAO-uitkering van appellante met ingang van 8 september 2008 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

2. De rechtbank heeft in hetgeen appellante heeft aangevoerd en aan stukken heeft overgelegd geen aanknopingspunten gezien om appellante te kunnen volgen in de opvatting dat het Uwv haar belastbaarheid ten tijde in geding onjuist heeft vastgesteld. Voorts heeft de rechtbank geen grond gezien voor het oordeel dat de belasting in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de mogelijkheden van appellante overschrijdt.

3. In hoger beroep heeft appellante zich in de eerste plaats gekeerd tegen het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit. Onder verwijzing naar een onderzoeksverslag van Indigo van 14 december 2009 en verslagen van psychiater dr. K. Vandersteen van 7 februari 2010 en van 15 juni 2010, houdt appellante staande dat zij in verband met de bij haar aanwezige psychische problematiek op de datum in geding aanzienlijk ernstiger beperkt was dan waarvan het Uwv is uitgegaan. Aangezien aldus volgens appellante de medische grondslag van het bestreden besluit onjuist is, kan de arbeidskundige grondslag van dat besluit evenmin stand houden.

4.1. In hetgeen partijen met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit naar voren hebben gebracht en in het bijzonder in aanmerking genomen de verschillende medische rapporten die partijen inroepen ter onderbouwing van de eigen visie over die grondslag, heeft de Raad aanleiding gevonden appellante door een onafhankelijk psychiatrisch deskundige te doen onderzoeken. Psychiater Trompenaars heeft, in samenwerking met klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog Ligthart, een onderzoek ingesteld en daarvan verslag gedaan bij rapport van 26 juni 2012.

4.2. In dat rapport komt Trompenaars tot de conclusie dat bij appellante sprake is van een ernstige gegeneraliseerde angststoornis met paniekaanvallen en een ten gevolge hiervan ontwikkelde ernstige reactieve depressieve stoornis. Tevens zijn bij appellante vermijdende, afhankelijke en obsessief-compulsieve persoonlijkheidstrekken waargenomen. Op grond van de bevindingen zoals deze naar voren zijn gekomen uit het dossieronderzoek, het milieuonderzoek, het klinisch psychologisch onderzoek en het psychiatrisch onderzoek, was dit beeld bij appellante ook aan de orde op de ter beoordelling voorliggende datum

7 (lees: 8) september 2008.

4.3. Gelet op deze bevindingen heeft de deskundige zich niet kunnen verenigen met de ten aanzien van appellante in aanmerking genomen beperkingen. Op de bladzijden 31, 32 en 33 van het rapport is door Trompenaars per belastbaarheidsonderdeel aangegeven welke beperkingen op de diverse onderdelen van de rubrieken 1, persoonlijk functioneren, en 2, sociaal functioneren, van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voor appellante hebben te gelden.

4.4. In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. De Raad overweegt daarbij dat het rapport van Trompenaars blijk geeft van een uitvoerig en zorgvuldig onderzoek. De conclusies waartoe Trompenaars komt zijn inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd aan de hand van alle onderzoeksbevindingen. Voorts neemt de Raad in aanmerking dat Trompenaars in zijn aanvullende rapport van 18 augustus 2012 stellig en gemotiveerd heeft uiteengezet waarom het door het Uvw bij schrijven van 26 juli 2012 op zijn rapport geleverde commentaar hem geen aanleiding geeft zijn conclusies niet onverkort te handhaven. Mede in het licht hiervan, geeft ook het schrijven van het Uwv van 14 september 2012, waarin te kennen wordt gegeven dat en waarom de verzekeringsarts na kennisname van het aanvullende rapport van Trompenaars bij haar eerder ingenomen standpunt blijft, de Raad geen aanleiding niet de hiervoor weergegeven hoofdregel te volgen inzake het belang dat in beginsel dient te worden toegekend aan een rapport van een onafhankelijke deskundige.

4.5. De Raad concludeert op grond van het overwogene onder rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.4 dat de medische grondslag van het bestreden besluit ondeugdelijk is te achten en dat derhalve het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Om te kunnen komen tot een finale beslechting van het geschil ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv opdracht te geven dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De bezwaarverzekeringsarts van het Uwv dient met betrekking tot de datum in geding 8 september 2008 een nieuwe FML op te stellen, waarin de beperkingen van appellante worden vastgelegd zoals deze door de deskundige Trompenaars, volgens diens rapporten van 26 juni 2012 en 18 augustus 2012, van toepassing worden geacht en, zo nodig in overleg met de bezwaararbeidsdeskundige, te bezien wat dit betekent voor de houdbaarheid van de in het bestreden besluit vervatte schatting. Afhankelijk van de uitkomsten van deze nadere beoordeling dient een nieuw besluit te worden genomen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt het Uwv op binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) I.J. Penning