Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8292

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
11-3833 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Griffierecht is niet betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3833 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2011, 10/3716 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 11 januari 2013

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 december 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 december 2011 heeft appellant bij brief, bij de Raad ingekomen op 10 januari 2012, verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 december 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 30 september 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij tot dan toe niet over de financiële middelen beschikte om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Vervolgens heeft hij verklaard dat hij nu bereid is het griffierecht alsnog te betalen en heeft hij verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.

Omdat de Raad uit de gedingstukken niet met zekerheid heeft kunnen afleiden dat de brief van 30 september 2011 appellant daadwerkelijk heeft bereikt, is appellant bij - aangetekend verzonden - brief van 5 juni 2012 opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen. Daarbij is medegedeeld dat in dat geval het verzet gegrond zal worden verklaard en dat bij niet- of niet tijdige betaling het verzet ongegrond zal worden verklaard.

Bij brief van 22 juni 2012 heeft appellant verklaard dat hij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te betalen.

Dit betekent dat het griffierecht niet binnen de - nader - gestelde termijn is betaald. In de brief van appellant van 22 juni 2012 ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat dit verzuim niet aan appellant kan worden tegengeworpen. In het verzetschrift heeft appellant immers met zoveel woorden verklaard dat geen sprake (meer) was van financieel onvermogen. Niet is gebleken dat zich in de periode tussen het verzetschrift en de brief van 22 juni 2012 wezenlijke veranderingen hebben voorgedaan. De enkele verklaring in de brief van 22 juni 2012 is daarvoor niet voldoende.

Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

DECISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare le recours non fondé

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 11 janvier 2013.