Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8205

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
11-6316 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet. Appellant heeft zijn stelling dat hij binnen de gestelde termijn een hogerberoepschrift heeft ingediend niet met bewijsstukken onderbouwd. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 / 6316 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2011, 10/725 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 11 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 maart 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 maart 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 maart 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 29 juli 2011. Bij brief van 14 oktober 2011 heeft appellant bij de Raad geïnformeerd naar zijn hogerberoepschrift van 7 juli 2011. De Raad heeft appellant bij brief van 27 januari 2012 medegedeeld geen hogerberoepschrift van appellant te hebben ontvangen. Daarbij is appellant verzocht bewijs over te leggen waaruit de verzending van het hogerberoepschrift kan worden afgeleid. Appellant heeft bij brief van 16 februari 2012 een kopie van zijn hogerberoepschrift van 7 juli 2011 toegezonden.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij zich niet met de uitspraak van de Raad van 16 maart 2012 kan verenigen aangezien hij binnen de gestelde termijn een hogerberoepschrift heeft ingediend. Appellant heeft dit echter niet met bewijsstukken onderbouwd. De Raad stelt daarom vast dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 16 maart 2012 onjuist is.

Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW