Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8199

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
12-1753 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet. De Raad is van oordeel dat appellant door te wachten op het bericht over zijn lopende sollicitatie, het risico heeft genomen dat hij niet meer binnen de termijn hoger beroep kon instellen. Het risico komt voor rekening van appellant. De stellingen van appellant over ziekte en problemen met de bovenburen, zijn niet concreet onderbouwd. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1753 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 november 2011, 11/5000 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (college)

Datum uitspraak 4 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 30 oktober 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 13 december 2012. Appellant is verschenen.

Het college is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 4 januari 2012. Appellant heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage digitaal hoger beroep ingesteld op 16 maart 2012. De rechtbank heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege ziekte en problemen die hij ondervond met de bovenburen, niet in staat was tijdig hoger beroep in te stellen. Daarnaast speelde voor appellant dat hij in die periode gesolliciteerd had naar de functie van tolk. Ter zitting heeft appellant beklemtoond dat hij gewacht heeft met het instellen van hoger beroep totdat er duidelijkheid zou zijn over de uitkomst van zijn sollicitatie. Appellant is er daarbij van uit gegaan dat hij een gerede kans maakte de door hem beoogde functie te krijgen. Nadat appellant op 24 februari 2012 het bericht had ontvangen dat hij - toch - niet voor de functie in aanmerking kwam, heeft hij alsnog hoger beroep ingesteld.

De Raad is van oordeel dat appellant door te wachten op het bericht over zijn lopende sollicitatie, het risico heeft genomen dat hij niet meer binnen de termijn hoger beroep kon instellen. Dat dit risico zich heeft verwerkelijkt, komt voor rekening van appellant. De stellingen van appellant over ziekte en problemen met de bovenburen, zijn niet concreet onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

TM