Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8196

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
12-636 ANW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet. De brief, waarin de termijn voor het betalen van griffirecht werd gesteld, bevat de datum 8 maart 2012. Appellante moest er daarom van uitgaan dat de brief op die datum is verzonden. Zij heeft niet aangevoerd dat zij de brief pas na het verstrijken van de termijn heeft ontvangen. Er is ook niet gebleken van andere belemmeringen. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/636 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2011, 11/3817 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak 11 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 mei 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 mei 2012 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 mei 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 8 maart 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Appellante heeft op 10 april 2012, en dus na het verstrijken van de gestelde termijn, contact opgenomen met (de griffie van) de Raad en verzocht om verstrekking van de bankgegevens.

In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat de enveloppe waarin de brief van 8 maart 2012 is verzonden geen datumstempel (poststempel) bevat, zodat zij niet kon weten wanneer de termijn aanving en eindigde.

De Raad volgt appellante hierin niet. De brief zelf bevat de datum 8 maart 2012. Appellante moest er daarom van uitgaan dat de brief op die datum is verzonden. Zij heeft niet aangevoerd dat zij de brief pas na het verstrijken van de termijn heeft ontvangen.

Omdat ook niet is gebleken van andere belemmeringen voor appellante om zich binnen de termijn tot de Raad te wenden, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 112,-) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.

Ten overvloede wijst de Raad erop dat het hoger beroep ook niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare overschrijding van de hogerberoepstermijn.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

GdJ