Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8115

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
11-01-2013
Zaaknummer
10-6398 APPA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overschrijding bezwaartermijn. Onvoldoende gebleken dat appellante buiten staat was om tijdig bezwaar te maken, al dan niet door inschakeling van derden en eventueel onder voorbehoud van het aanvoeren van gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6398 APPA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

In het geding tussen:

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister)

Datum uitspraak 10 januari 2013

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 23 september 2010, kenmerk 79350185 (bestreden besluit).

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 29 november 2012, waar appellante is verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door J.A. van Rooijen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is van 20 juli 1999 tot 14 juli 2009 lid geweest van [E.]. Bij besluit van de minister van 21 juli 2009 is aan appellante een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA) toegekend over de periode vanaf 14 juli 2009 tot 14 juli 2015.

1.2. Appellante heeft op 9 september 2009 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Hierbij heeft zij aangevoerd dat zij zich niet kan verenigen met de duur van de uitkering. Zij is van mening dat ze in principe aanspraak heeft op een APPA-uitkering tot haar 65e jaar.

1.3. Bij het bestreden besluit heeft de minster het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard op grond van niet verschoonbare overschrijding van de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven bezwaartermijn van zes weken.

2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep naar voren is gebracht overweegt de Raad als volgt.

2.1. Appellante heeft aangevoerd dat zij vanaf 5 juli 2009 tot 10 augustus 2009 met vakantie is geweest in [C.], waar haar echtgenoot werkzaamheden verrichtte. Op 10 augustus 2009 keerde zij ziek terug in Nederland (zij had hevige nekpijn en koorts) en heeft ze zich meteen onder medische behandeling gesteld. Op 26 augustus 2009 volgde een ziekenhuisopname en op 28 augustus 2009 is appellante geopereerd. Zij had een infectie in één van haar bovenste nekwervels. Op 4 september 2009 is zij uit het ziekenhuis ontslagen, waarna ze thuis verder tot eind oktober 2009 is behandeld met antibiotica. In deze omstandigheden had de minister volgens appellante aanleiding moeten vinden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Verder heeft appellante inhoudelijke beroepsgronden ingediend.

2.2. De minister heeft aangevoerd dat appellante binnen de bezwaartermijn van zes weken een voorlopig bezwaarschrift op nader aan te voeren gronden had kunnen (laten) indienen. In de medische toestand van appellante heeft verweerder geen aanleiding gevonden om aan te nemen dat appellante gedurende de gehele termijn van zes weken buiten staat is geweest tijdig bezwaar te (laten) instellen.

3.1. De Raad stelt vast dat appellante de bezwaartermijn heeft overschreden. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de bezwaartermijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Hoewel duidelijk is dat appellante behoorlijk ziek uit [C.] is teruggekomen, neemt dit niet weg dat onvoldoende is gebleken dat zij als gevolg daarvan buiten staat is geweest om tijdig bezwaar te maken, al dan niet door inschakeling van derden en eventueel onder voorbehoud van het aanvoeren van gronden. De periode tussen de terugkeer van appellante in Nederland en haar opname in het ziekenhuis was nog ruim twee weken en de echtgenoot van appellante keerde terug op 28 augustus 2009, de dag van haar operatie. Ook toen was er nog gelegenheid om tijdig (voorlopig) bezwaar te maken.

3.2. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellante ongegrond te worden verklaard en komt de Raad niet toe aan de inhoudelijke kant van het geding.

3.3. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2013.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) V.C. Hartkamp