Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY8024

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
10-01-2013
Zaaknummer
11-6052 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om proceskostenveroordeling. Toewijzing reis- en verletkosten. De vergoeding van de reiskosten dient beperkt te blijven tot de kosten die betrokkene zelf heeft gemaakt, nu zij wel gesteld maar niet heeft aangetoond dat begeleiding in medisch opzicht noodzakelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6052 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 29 september 2011, 11/1050 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[A. te B.]

Datum uitspraak 4 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 21 september 2012 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Daarbij heeft appellant de Raad meegedeeld aan betrokkene de door haar in beroep betaalde proceskosten ten bedrage van € 84,06 en griffierecht ten bedrage van € 41,00 te zullen vergoeden. Voorts heeft appellant aangekondigd zich met betrekking tot vergoeding van door betrokkene gemaakte kosten in hoger beroep te conformeren aan het oordeel van de Raad.

Betrokkene heeft in reactie op de brief van appellant verzocht om toekenning van de kosten die zij in verband met het hoger beroep heeft moeten maken. De Raad heeft op 15 oktober 2012 het daartoe door betrokkene ingevulde formulier proceskosten ontvangen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.

2.1. De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de kosten in hoger beroep heeft gedaan.

2.2. De Raad constateert verder dat appellant, gelet op de lange duur van de procedure met betrekking tot de rechtsvraag die voorlag, aanleiding heeft gezien alsnog de betaalde proceskosten in beroep ten bedrage van € 84,06 en griffierecht ten bedrage van € 41,00 aan betrokkene te vergoeden.

2.3. De Raad ziet aanleiding appellant te veroordelen in de proceskosten die betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden gesteld op € 56,16 in verband met door betrokkene gemaakte reiskosten en € 165,92 in verband met verletkosten, in totaal € 222,08. Hierbij merkt de Raad op dat de vergoeding van de reiskosten beperkt dient te blijven tot de kosten die betrokkene zelf heeft gemaakt, nu zij wel gesteld maar niet heeft aangetoond dat begeleiding in medisch opzicht noodzakelijk was. De te vergoeden verletkosten worden gesteld op € 165,92, zijnde tweemaal vier uur verlet ten behoeve van het bijwonen van de zittingen van de Raad. De Raad ziet geen aanleiding om, met betrekking tot de enkelvoudige zitting op 26 januari 2012, van meer verleturen uit te gaan dan de vier uur die zijn gedeclareerd voor de meervoudige zitting op 4 mei 2012.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 222,08.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) R.L. Rijnen

JvC