Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY7895

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
10-4575 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek veroordeling in de proceskosten. Volledig tegemoetgekomen. Veroordeling proceskosten. Kosten deskundige niet vergoed; appellant heeft deze vordering niet met bewijsstukken onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4575 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 juli 2010, 09/4675 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 4 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. Aartsen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Aartsen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooij-Bal.

Na heropening van het onderzoek heeft, P.R. Schiphof, neuroloog, op verzoek van de Raad als deskundige, op 6 februari 2012 een rapport uitgebracht.

Het Uwv heeft op 3 oktober 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 9 oktober 2012 is namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft verweer gevoerd.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 3 oktober 2012 volledig aan het bezwaar van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep, € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en € 75,77 aan reiskosten in totaal € 1.593,77. Appellant heeft verzocht om vergoeding van een declaratie van Medopinion.NL ad € 594,05. De Raad is van oordeel dat deze vordering voor toewijzing in aanmerking komt.

Met betrekking tot de gevorderde kosten van een deskundige in beroep is de Raad van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat appellant deze vordering niet met bewijsstukken heeft onderbouwd. De door appellant gevorderde reiskosten voor besprekingen met zijn rechtsbijstandverlener komen uitsluitend voor vergoeding in aanmerking wanneer die kosten in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs zijn gemaakt. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad zal daarvan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kunnen zijn. Van dergelijke omstandigheden is de Raad in het onderhavige geval niet gebleken.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.187,82, waarvan € 1.518,-- te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen