Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BY7864

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
11-1983 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om proceskostenveroordeling. Geheel tegemoetgekomen. Veroordeling in proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1983 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 maart 2011, 10/2457 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 4 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [P.] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012.

De Raad heeft bij tussenuitspraak van 4 mei 2012 het Uwv opgedragen het gebrek in het bestreden besluit van 16 juli 2010 te herstellen.

Het Uwv heeft op 22 augustus 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 6 september 2012 heeft [P.] namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met het nieuwe besluit van 22 augustus 2012 geheel aan de bewaren van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken.

Nu het Uwv bij besluit 22 augustus 2012 reeds heeft meegedeeld de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden, staat de Raad enkel nog voor de beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en

€ 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.748,-.

Voor vergoeding van het griffierecht kan appellant zicht rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.748,-.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) J.A. Achterberg