Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2976

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
03-01-2014
Zaaknummer
12-3678 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling indicatie voor zorg op grond van de AWBZ. CIZ heeft op grond van het aanvullend medisch advies de benodigde persoonlijke verzorging opnieuw beoordeeld en vastgesteld op 11,46 uur per week, wat binnen klasse 5 valt. Daarbij heeft CIZ in aanmerking genomen dat appellant twee tot drie ongelukjes per week heeft en daarbij gedeeltelijk moet worden uitgekleed, gewassen en weer aangekleed. Verder heeft CIZ in aanmerking genomen dat binnen klasse 5 (10 tot 12,9 uur per week) nog voldoende ruimte is om ook het tandenpoetsen over te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/3678 AWBZ, 12/3679 AWBZ

Datum uitspraak: 11 december 2013

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van

22 mei 2012, 11/704 en 11/1565 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft K.C.M. van den [H.] hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellant heeft Van den [H.] nadere stukken ingediend waaronder een medisch rapport van Argonaut Advies BV van 5 november 2012. CIZ heeft een aanvullend medisch advies ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door Van den [H.]. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door

M. Baggerman en mr. L.M.R. Kater.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst.

CIZ heeft bij brief van 14 juni 2013 een aanvullend medisch advies van 22 mei 2013 en een nadere beoordeling van de benodigde zorg ingediend en medegedeeld geen aanleiding te zien haar standpunt te wijzigen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad vervolgens bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

CIZ heeft bij besluit van 19 mei 2009 in verband met de lichamelijke beperkingen van

appellant een indicatie gegeven voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voor de volgende functies:

- persoonlijke verzorging, klasse 5 (10 tot 12,9 uur per week), in de periode van

19 mei 2009 tot en met 19 mei 2011;

- begeleiding individueel, klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week), in de periode van

19 mei 2009 tot en met 19 november 2009;

- begeleiding individueel, klasse 2 (2 tot 3,9 uur per week), in de periode van

20 november 2009 tot en met 19 mei 2011.

1.2.

Bij besluit van 21 september 2009 heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van

19 mei 2009 ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 13 december 2010 (09/1420) het beroep gegrond

verklaard, het besluit van 21 september 2009 vernietigd en CIZ opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

1.4.

Bij besluit van 20 april 2011 (bestreden besluit 1) heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 19 mei 2009 opnieuw ongegrond verklaard.

1.5.

Bij besluit van 12 mei 2011 heeft CIZ een indicatie gegeven voor de functies persoonlijke

verzorging, klasse 5, in de periode van 2 mei 2011 tot en met 1 mei 2026 en begeleiding individueel, klasse 2, in de periode van 2 mei 2011 tot en met 19 mei 2011.

1.6.

Bij besluit van 21 november 2011 (bestreden besluit 2) heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 12 mei 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.

3.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij kan zich kort gezegd niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat CIZ terecht een indicatie voor persoonlijke verzorging in klasse 5 heeft gegeven.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In het medische rapport van Argonaut Advies BV van 5 november 2012 wordt onder andere vermeld dat appellant in april 2012 zijn voet heeft gebroken, dat hij sindsdien niet meer in huis loopt en er daardoor langer over doet om het toilet te bereiken dan voorheen en gemiddeld twee tot drie keer per week een “ongelukje” met ontlasting heeft. Verder wordt in het rapport vermeld dat appellant een kwetsbaar gebit heeft, dat appellant zijn tanden poetst met zijn niet-dominante linkerhand en dat hij daarbij bovendien door pijnklachten wordt beperkt. Argonaut Advies BV heeft de conclusie getrokken dat de gegeven indicatie voor persoonlijke verzorging moet worden uitgebreid met 45 minuten per week in verband met de toiletgang en met 10,5 minuten per week voor het tandenpoetsen.

4.2.

Ter zitting van 1 mei 2013 hebben partijen de afspraak gemaakt dat CIZ nadere medische gegevens over de voetbreuk bij de huisarts zal opvragen en dat CIZ informatie zal opvragen over het aantal ongelukjes dat leidt tot verschoning en bewassing. Verder is afgesproken dat CIZ op basis van de opgevraagde gegevens een nader standpunt zal innemen.

4.3.

In het aanvullend medisch advies van 22 mei 2013 heeft de medisch adviseur van CIZ onder andere de conclusie getrokken dat uit de verkregen medische informatie blijkt dat de fractuur aan de rechtervoet is genezen en dat er geen medisch objectiveerbare reden is dat appellant zijn rechtervoet niet kan belasten. Verder is appellant twee tot drie keer per week incontinent van faeces. Dit advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en concludent. Het advies behelst een bevestiging van de situatie beschreven in het rapport vermeld in 4.1.

4.4.

CIZ heeft op grond van het aanvullend medisch advies de benodigde persoonlijke verzorging opnieuw beoordeeld en vastgesteld op 11,46 uur per week, wat binnen klasse 5 valt. Daarbij heeft CIZ in aanmerking genomen dat appellant twee tot drie ongelukjes per week heeft en daarbij gedeeltelijk moet worden uitgekleed, gewassen en weer aangekleed. Verder heeft CIZ in aanmerking genomen dat binnen klasse 5 (10 tot 12,9 uur per week) nog voldoende ruimte is om ook het tandenpoetsen over te nemen.

4.5.

Appellant heeft deze nadere beoordeling van CIZ niet bestreden. Ook op grond van hetgeen appellant heeft aangevoerd tegen hetgeen is vermeld in het rapport vermeld in 4.1 is er geen aanleiding voor het oordeel dat de indicatie voor persoonlijke verzorging in klasse 5 te laag is. Dit betekent dat de grond in hoger beroep, onder 3 genoemd, niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en M.F. Wagner en J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) S. Aaliouli

QH