Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2840

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
13-3654 WIA-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare overschrijding termijn voor indienen beroepsschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2013

13/3654 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 28 mei 2013, 11/2852 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 21 augustus 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 22 november 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot. Het Uwv is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 augustus 2013 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 9 juli 2013. Het hogerberoepschrift is gedateerd 10 juni 2013 en blijkens het poststempel op 10 juli 2013 verzonden. Het is op 11 juli 2013 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

De echtgenoot van appellante heeft ter zitting verklaard dat hij in verband met de psychische problemen van appellante de administratie voor haar verzorgt. Hij heeft de aangevallen uitspraak pas later onder ogen gekregen, doordat appellante deze na ontvangst had opgeruimd. Vervolgens heeft hij direct hoger beroep ingesteld.

De Raad stelt - andermaal - vast dat in de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank Noord-Nederland duidelijk staat aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van de verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen. Dat de echtgenoot van appellante de uitspraak te laat onder ogen heeft gekregen, brengt niet mee dat de overschrijding van die termijn verschoonbaar is. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval zal het betaalde griffierecht (€ 118,-) door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

13 december 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

QH