Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2807

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
12-919 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/919 WUV, 13/4069 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in het geding tussen:

Partijen:

[Appellant] te[woonplaats], Frankrijk (appellant)

De Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 december 2011, kenmerk BZ01336971.

Namens appellant heeft mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat, nadere gronden ingediend.

De Raad heeft op 2 mei 2013 een tussenuitspraak gedaan waarin verweerder is opgedragen om binnen drie maanden na verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 29 december 2011 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.

Verweerder heeft op 25 juli 2013 een nieuw besluit op bezwaar genomen.

Bij brieven van 17 augustus 2013 en 27 augustus 2013 heeft mr. E.R. Schenkhuizen aangegeven dat appellant zich neerlegt bij het nieuwe besluit, afziet van nadere juridische actie en een einduitspraak verwacht met een beslissing over de proceskosten inclusief het betaalde griffierecht.

De Raad heeft mr. E.R. Schenkhuizen bij brief van 9 september 2013 gevraagd of voornoemde brieven kunnen worden opgevat als een intrekking van het inhoudelijk geding met een verzoek om vergoeding van de proceskosten.

Bij brief van 12 september 2013 heeft mr. E.R. Schenkhuizen dit bevestigd.

Verweerder heeft bij brief van 24 oktober 2013 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat een aparte vergoeding - zoals door appellant gevraagd - voor de eigen bijdrage in het kader van een toevoeging voor verlening van rechtsbijstand, gelet op artikel 1 van Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), niet tot de mogelijkheden behoort. Daarnaast is voor de gevraagde telefoonkosten geen gespecificeerd kostenoverzicht overlegd waaruit blijkt dat sprake is van internationale telefoonkosten die in het kader van artikel 1 Bpb voor vergoeding in aanmerking komen.

Met verweerder is de Raad van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De Raad stelt vast dat verweerder gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van appellant. Verweerder heeft dit ook niet betwist. Daarom is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,- in beroep voor verleende rechtsbijstand.

Het door appellant betaalde griffierecht van € 35,- moet door verweerder op de voet van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb aan appellant worden vergoed. Daartoe dient appellant zich - zo nodig - rechtstreeks tot verweerder te wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt verweerder in de kosten van appellant tot een bedrag van € 944,-.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2013.

(getekend) R. Kooper

(getekend) E. Blijleven-de Vries

HD