Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2799

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
16-12-2013
Zaaknummer
12-2688 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/2688 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van

28 maart 2012, 11/446 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 november 2013. Partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is in januari 1988 met rugklachten uitgevallen voor zijn werkzaamheden als productiemedewerker. Later zijn psychische klachten ontstaan. Met ingang van 8 maart 1989 is aan appellant een uitkering toegekend op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 1 oktober 2010 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 2 december 2010 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Bij besluit van 10 maart 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 1 oktober 2010 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het medisch en arbeidskundig onderzoek onderschreven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv terecht geen urenbeperking aangenomen. Appellant moet in staat worden geacht de op 13 februari 2012 geduide functies te vervullen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de bezwaararbeidsdeskundige hangende het beroep het verlies aan verdiencapaciteit heeft berekend op 28,49%. Dit leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 10 maart 2011 (het bestreden besluit) gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 1 oktober 2010 herroepen, bepaald dat appellant met ingang van

2 december 2010 recht heeft op een WAO-uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35% en bepaald dat de aangevallen uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant gesteld dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke medische grondslag. Appellant heeft verwezen naar de door psychiater F. Kaya gestelde diagnose. Appellant heeft stemmingsklachten en aanpassingsproblemen. De gemachtigde van appellant heeft naar voren gebracht dat de kans op disfunctioneren in een werksituatie groot is en dat uit preventief oogpunt een urenbeperking aangenomen moet worden.

3.2.

Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het stellen van een urenbeperking geen grondslag aanwezig is. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is op 4 mei 2010 aangepast in verband met de psychische beperkingen van appellant.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het hoger beroep wordt geacht te zijn gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat appellant met ingang van 2 december 2010 recht heeft op een uitkering ingevolge de WAO naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

4.2.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag. In verband met de psychische klachten en de rugklachten van appellant heeft de bezwaarverzekeringsarts de FML op 4 mei 2010 aangepast en meer beperkingen aangenomen in de rubrieken I, II, V en VI. De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de beschikbare medische informatie niet blijkt dat uit energetisch of preventief oogpunt een urenbeperking noodzakelijk moet worden geacht. De Raad voegt hieraan toe dat de bezwaarverzekeringsarts overtuigend heeft gereageerd op de ingebrachte informatie van psychiater Kaya. Hetgeen in hoger beroep namens appellant is aangevoerd, maar niet is onderbouwd met nadere gegevens, biedt onvoldoende aanknopingspunten om te komen tot een ander oordeel of het instellen van een nader medisch onderzoek.

4.3.

Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid ziet de Raad geen grond om te oordelen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht niet geschikt te achten zijn voor appellant.

4.4.

Uit de overwegingen 4.1 tot en met 4.3. vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2013.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) E. van Heemsbergen

CVG