Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2761

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
12-444 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstandsuitkering. Schending inlichtingenverplichting. Appellant heeft geen verifieerbare gegevens overgelegd van de inkomsten uit het gokken via het internet. De overgelegde bankafschriften zeggen daarover onvoldoende. Appellant is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat, indien hij wel aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan, hij voor (aanvullende) bijstand in aanmerking kwam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/444 WWB

Datum uitspraak: 10 december 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

14 december 2011, 11/2477 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te[woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.B.A. Willering, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2013. Voor appellant is verschenen mr. Willering. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. B.A. Veenendaal.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontving sinds 10 maart 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van bij het college gerezen twijfel omtrent de rechtmatigheid van de aan appellant verleende bijstand heeft het college een onderzoek ingesteld. Tijdens een op 6 december 2010 met appellant gevoerd gesprek heeft hij onder andere verklaard dat hij verslavingsproblemen heeft. Uit de door appellant overgelegde bankafschriften is daarnaast onder meer gebleken dat op 7 september 2010 een bedrag van € 1.290,93 is bijgeschreven op zijn bankrekening. Appellant heeft verklaard dat hij dit bedrag heeft verdiend met gokken. Tijdens een op 7 december 2010 afgelegd huisbezoek in de woning van appellant heeft hij vervolgens verklaard dat hij hoofdzakelijk via internet gokt. Tevens heeft hij verklaard dat in de periode van 3 september 2010 tot en met

3 december 2010 ongeveer € 10.000,- op zijn bankrekening is bijgeschreven en dat hij hiervan ongeveer € 3.000,- heeft gewonnen met gokken. Volgens appellant heeft hij geen winst gemaakt omdat de door hem ingezette en gewonnen bedragen ongeveer even hoog zijn. Ook nadat appellant daartoe in de gelegenheid was gesteld, heeft hij geen overzicht verstrekt van zijn inkomsten en uitgaven in verband met het gokken.

1.2.

De onderzoeksbevindingen zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van

3 januari 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 april 2011 (bestreden besluit), de bijstand van appellant met ingang van 7 december 2010 in te trekken. Hieraan ligt ten grondslag dat appellant inkomsten heeft ontvangen uit gokken. Door hiervan geen melding te maken bij het college heeft appellant de op hem rustende wettelijke inlichtingenverplichting geschonden. Nu hij steeds wisselend heeft verklaard over de hoogte van zijn inkomsten en hij van de inkomsten geen administratie heeft bijgehouden, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Volgens appellant kan het recht op bijstand wel worden vastgesteld omdat zijn inkomsten niet hoger zijn dan de voor hem geldende bijstandsnorm. Weliswaar heeft hij hiervan geen administratie bijgehouden, maar nu het gokken altijd via internet en dus via zijn bankrekening is gegaan, is aan de hand van zijn bankafschriften te zien wat zijn inkomsten en uitgaven zijn.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Niet betwist wordt dat appellant gedurende de periode in geding, te weten van

7 december 2010 tot en met 3 januari 2011, inkomsten heeft genoten uit gokken en dat hij bij het college geen mededeling heeft gedaan over de hieruit verkregen inkomsten.

4.2.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in de inkomsten die hij met het gokken heeft verkregen. Appellant heeft immers zelf verklaard dat hij hoofdzakelijk via internet gokt en dat hij hiervoor een zogenoemde virtuele bankrekening heeft geopend waarop hij via zijn bankrekening geld overmaakt. Het geld waarmee hij gokt is afkomstig van deze virtuele bankrekening en ook de winst die hij maakt wordt daarop overgemaakt. Ook in hoger beroep heeft appellant geen verifieerbare gegevens overgelegd van de inkomsten uit het gokken via het internet. De overgelegde bankafschriften zeggen daarover onvoldoende.

4.3.

Gelet hierop kan de rechtbank worden gevolgd in haar oordeel dat appellant er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat, indien hij wel aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan, hij voor (aanvullende) bijstand in aanmerking kwam.

4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2013.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) O.P.L. Hovens

HD