Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2722

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
09-12-2013
Zaaknummer
11-4544 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen erven. Geen procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/4544 WMO

Datum uitspraak: 20 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 juni 2011, 11/1546 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [betrokkene] in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.R. van Laar, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2013. Voor appellant is verschenen mr. M.J.R. Roethof, voor het college mr. M.A. de Ronde.

Ter zitting is aan de orde gesteld dat appellant op 12 februari 2012 is overleden en dat

mr. Roethof tevergeefs heeft geprobeerd om erven te traceren. Verzocht is om de zitting te schorsen en een oproep te plaatsen in de Staatscourant. Het onderzoek ter zitting is gesloten en het vooronderzoek heropend.

Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de behandeling van de zaak op de zitting van

30 oktober 2013. Voor appellant is op 30 oktober 2013 mr. Van Laar verschenen. Het college heeft zich - met schriftelijke kennisgeving - niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.J. de Mooij en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2013.

(getekend) R.M. van Male

(getekend) M.P. Ketting

TM