Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2712

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
10-12-2013
Zaaknummer
12-6237 WWB-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare overschrijding termijn voor betaling grifierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 december 2013

12/6237 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 oktober 2012, 12/3143 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 23 april 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 23 april 2013 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 november 2013, waar partijen - het college met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 23 april 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval heeft de Raad aanleiding gezien appellante een nieuwe termijn te geven voor de betaling van het griffierecht. Bij

- aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 15 augustus 2013 is appellante in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog binnen 28 dagen te voldoen. De Raad stelt vast dat het griffierecht (ook) binnen deze termijn niet is betaald. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, is de Raad niet gebleken.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

6 december 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW