Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2613

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
11-1065 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering vervoersvoorziening in de vorm van primair een brommobiel en secundair een Canta. Geen medische contra-indicatie voor het gebruik van de regiotaxi.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1065 WMO, 12/1998 WMO

Datum uitspraak: 13 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

12 januari 2011, 10/2190 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.D. van Alphen, werkzaam bij SRK rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Alpen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.P.M. Van Dijk.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluiten van 15 februari 2010 en 15 maart 2012 heeft het college het bezwaar van appellante, tegen de besluiten van 23 september 2009 en 7 november 2011 tot afwijzing van haar aanvraag om een vervoersvoorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van primair een brommobiel en secundair een Canta, ongegrond verklaard.

2.

Het bij de rechtbank ingediende beroep heeft niet tot een voor appellante positief resultaat geleid.

3.1.

Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of het college de aanvraag van appellante om een vervoersvoorziening ingevolge de Wmo, in de vorm van primair een brommobiel en secundair een Canta, terecht heeft afgewezen op de grond dat er medisch gezien geen contra-indicatie is voor het gebruik van de aan appellante toegekende scootmobiel in combinatie met de regiotaxi.

3.2.

Appellante heeft aangevoerd dat zij gecontra-indiceerd is voor het gebruik van de toegekende scootmobiel in combinatie met de regiotaxi. Ter onderbouwing van haar betoog heeft zij gewezen op het medisch advies van dr. A.L. Strikwerda, de behandelend neuroloog van appellante, zoals weergegeven in het medisch advies van RoAd Adviesbureau Arbeid en Zorg (RoAd) van 2 augustus 2010 en de medische verklaring van Strikwerda van 9 mei 2011.

3.3.

Het college heeft naar voren gebracht dat zijn opvatting dat er medisch gezien geen contra-indicatie is voor het gebruik van appellante van de haar toegekende scootmobiel in combinatie met de regiotaxi, steunt op adviezen van bedrijfsarts A.H. van der Wulp, werkzaam bij RoAd. Deze adviezen zijn tot stand gekomen nadat Van der Wulp informatie heeft verkregen van Strikwerda. Van der Wulp heeft in de adviezen vermeld de inhoud van de verkregen informatie en de wijze waarop deze informatie door hem in zijn advisering is betrokken. Het college heeft zich voorts onder verwijzing naar vorenbedoelde adviezen van Van der Wulp op het standpunt gesteld dat uit het advies van Strikwerda weliswaar volgt dat appellante niet onder alle omstandigheden van de scootmobiel gebruik kan maken, maar dat ze in die gevallen een beroep op de regiotaxi kan doen.

4.

Appellante is bekend met een primair schubvormige, inmiddels overgegaan naar een secundair progressieve, multiple sclerose, waarbij appellante moeite heeft haar lichaamstemperatuur goed op peil te houden.

4.1.

De Raad is van oordeel dat op grond van hetgeen is weergegeven in het medisch advies van RoAd en de medische verklaring van Strikwerda van 9 mei 2011, niet kan worden geconcludeerd dat er medisch gezien een contra-indicatie is voor het gebruik van de aan appellante toegekende scootmobiel in combinatie met de regiotaxi. Uit het medisch advies van RoAd volgt niet dat de scootmobiel voor appellante vrijwel nimmer te gebruiken is. Ook uit het advies van Strikwerda volgt dit niet. Het standpunt van Strikwerda inhoudende dat bij appellante afkoeling kan optreden bij een buitentemperatuur van 20°C, laat open of deze mogelijkheid zich ook feitelijk voordoet en, zo ja, in welke frequentie. Tevens is er, zoals Strikwerda in zijn verklaring van 9 mei 2011 heeft aangegeven, geen medische

contra-indicatie voor het gebruik van de regiotaxi. Dat Strikwerda, om in hoofdzaak sociale reden, het ongewenst acht dat appellante is aangewezen op de regiotaxi maakt dit niet anders. De verklaring van Strikwerda geeft geen inzicht in de ernst en omvang van de aanslag op de energiereserves van appellante als gevolg van het wachten op de regiotaxi.

4.2.

De situatie die appellante thans ondervindt en die zij ter zitting van de Raad heeft toegelicht, kan niet in deze procedure aan de orde komen.

4.3.

Uit hetgeen onder 4 tot en met 4.2 is overwogen, volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) M.P. Ketting

sg