Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2572

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-11-2013
Datum publicatie
28-11-2013
Zaaknummer
12-1844 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor verlening van bijzondere bijstand voor stookkosten is geen plaats. Geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. Het college heeft appellante terecht niet in aanmerking gebracht voor bijzondere bijstand voor kledingkosten. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat er geen indicatie bestaat voor vervanging van de garderobe van appellante op grond van extreme gewichtsverandering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1844 WWB

Datum uitspraak: 26 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 februari 2012, 11/2743 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk (college)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2013. Appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J.M. van Amerongen.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante ontvangt een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Op

1 oktober 2008 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor kledingkosten, extra stookkosten en bewassingskosten.

1.2.

Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft het college aan appellante bijzondere bijstand toegekend voor kledingkosten in de periode van 1 oktober 2008 tot 1 oktober 2009 tot een bedrag van € 581,77. Wat betreft de bewassingskosten en extra stookkosten zal een medisch advies worden gevraagd.

1.3.

Op 22 oktober 2010 heeft Argonaut Advies B.V. (Argonaut) advies uitgebracht.

1.4.

Bij besluit van 10 januari 2011 heeft het college aan appellante bijzondere bijstand toegekend voor extra waskosten en voor reiskosten in verband met het bezoek aan Argonaut. De aanvraag om bijzondere bijstand voor kledingkosten vanaf oktober 2009 en voor extra stookkosten is afgewezen.

1.5.

Bij besluit van 6 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 10 januari 2011 gegrond verklaard voor zover dat ziet op de hoogte van de toegekende bijzondere bijstand voor reiskosten. Voor het overige heeft het college het besluit van 10 januari 2011 onder aanvulling van de motivering naar aanleiding van een aanvullend advies van Argonaut van 14 april 2011, gehandhaafd. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat geen medische noodzaak bestaat voor extra stook- en kledingkosten. Daarbij heeft het college van belang geacht dat appellante de adviserend geneeskundige geen toestemming heeft gegeven voor het raadplegen van de behandelende specialisten.

1.6.

Hangende het beroep tegen het bestreden besluit heeft appellante op 5 september 2011 alsnog toestemming verleend voor het inwinnen van informatie bij de behandelende specialisten. Het college heeft vervolgens opnieuw advies gevraagd aan Argonaut. Op

8 december 2011 heeft Argonaut advies uitgebracht. Bij besluit van 18 januari 2012 heeft het college het besluit van 10 januari 2011 gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en aanleiding gezien de rechtsgevolgen van dat besluit in stand te laten. De rechtbank heeft overwogen dat de afwijzing van de gevraagde kleding- en stookkosten niet meer zijn grondslag vindt in de adviezen van Argonaut van 22 oktober 2010 en 14 april 2011, maar thans is gebaseerd op het aanvullend advies van Argonaut van 8 december 2011.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.

4.2.

In geschil is de afwijzing van bijzondere bijstand voor extra stookkosten en kledingkosten.

Stookkosten

4.3.

Stookkosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten die - behoudens bijzondere omstandigheden - uit de toepasselijke bijstandsnorm dienen te worden voldaan. Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat in het individuele geval de bijstandsnorm niet toereikend is ter voorziening in bepaalde noodzakelijke kosten.

4.4.

Appellante kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat het rapport van Argonaut op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Daartoe is van belang dat de verzekeringsarts de informatie van 10 november 2011 van huisarts I.L.T. Hesp en van 6 december 2011 van kaakchirurg R.J.J. van Es bij de beoordeling heeft betrokken.

4.5.

Volgens appellante is zij kouwelijk als gevolg van de nasleep van een tumor in haar hoofd. Zij is in korte tijd 18 kg afgevallen. Ter zitting van de Raad heeft appellante aangevoerd dat deze kouwelijkheid wordt veroorzaakt door een vernauwing van een bloedvat in haar been. In wat appellante heeft aangevoerd zijn geen bijzondere omstandigheden gelegen op grond waarvan zij - in afwijking van de onder 4.3 vermelde hoofdregel - wel in aanmerking moet worden gebracht voor bijzondere bijstand voor extra stookkosten. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college mocht afgaan op het advies van Argonaut. Niet kan worden gezegd dat dit advies wat de inhoud betreft ondeugdelijk is. In dat rapport heeft verzekeringsarts L. ten Hove geconcludeerd dat uit informatie van de huisarts en de behandelende specialist niet is gebleken dat appellante bekend is met een aandoening die een gestoorde temperatuurregulatie met zich brengt op grond waarvan een hogere omgevingstemperatuur noodzakelijk is. Appellante heeft haar stelling dat de kouwelijkheid wordt veroorzaakt door een bloedvatvernauwing niet onderbouwd met informatie van een arts die deze diagnose onderschrijft. Ook overigens heeft appellante geen medische gegevens overgelegd op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat het advies van Argonaut op dit punt niet juist is.

4.6.

Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB, zodat voor verlening van bijzondere bijstand voor stookkosten geen plaats is.

Kledingkosten

4.7.

De kosten van kleding behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die door middel van reservering vooraf dan wel gespreide betaling achteraf uit het (bijstands)inkomen dienen te worden voldaan. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten noodzakelijk zijn als gevolg van bijzondere omstandigheden in het individuele geval die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

4.8.

Uit het advies van Argonaut van 8 december 2011 blijkt dat na een snelle gewichtsafname bij appellante in 2008 van 64 kg naar 57 kg, en een geringe toename in gewicht van 57 kg naar 59,5 kg, daarna bij appellante geen sprake meer is geweest van noemenswaardige gewichtsveranderingen. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat er geen indicatie bestaat voor vervanging van de garderobe van appellante op grond van extreme gewichtsverandering. De rechtbank kan dan ook worden gevolgd in het oordeel dat het college appellante terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor bijzondere bijstand voor kledingkosten.


4.9. Anders dan appellante stelt, heeft de rechtbank zich daarbij terecht beperkt tot de kledingkosten die verband hielden met ziekte. Daarop zag de aanvraag om bijzondere bijstand, en niet op andere, extra kosten van kleding.

4.10.

Appellante heeft aangevoerd dat de aanvraag laat, pas na lang aandringen, is afgehandeld. Zij beoogt hiermee niet daarvoor schadevergoeding te verkrijgen, maar vindt dat een berisping op zijn plaats is. De Algemene wet bestuursrecht en de WWB verbinden aan de overschrijding van de termijn van afhandeling van een aanvraag geen directe gevolgen. Ten tijde hier van belang stond voor appellante uitsluitend de mogelijkheid open bezwaar te maken tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag. Die mogelijkheid heeft zij niet benut. Anders dan appellante kennelijk meent, is er voor de Raad dus geen ruimte om het college ter zake van de afhandelingsduur te berispen.

4.11.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter, in tegenwoordigheid van

P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2013.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) P.J.M. Combach

HD