Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2437

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
12-6032 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen reden te twijfelen aan de conclusies. Appellante wordt in staat geacht ten minste één van de haar in het kader van de WIA-beoordeling voorgehouden functies te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/6032 ZW

Datum uitspraak: 13 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

10 oktober 2012, 12/3784 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te[woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. Y. Özdemir, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2013. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. drs. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.

Met ingang van 4 juli 2011 is appellante een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontzegd. Het Uwv heeft appellante voor minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht.

2.

Appellante heeft zich met ingang van 15 november 2011, vanuit de situatie dat zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, ziek gemeld wegens toegenomen klachten. Bij besluit van 2 januari 2012 heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 9 januari 2012 beëindigd op de grond dat appellante weer geschikt is voor haar maatgevende werk. Bij besluit van 2 april 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 2 januari 2012 ongegrond verklaard.

3.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding het medisch onderzoek van het Uwv onzorgvuldig te achten en moet appellante in staat worden geacht ten minste één van de haar in het kader van de WIA-beoordeling voorgehouden functies te vervullen. De rechtbank heeft in de in het medische journaal van

16 mei 2012 opgenomen mening van de huisarts van appellante geen aanleiding gezien anders te oordelen. De stelling van appellante dat zij een hersentumor heeft, heeft de rechtbank niet gevolgd, nu hiervoor in de stukken geen grond te vinden is.

4.

In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak bestreden. Appellante heeft aangevoerd dat zij zwakbegaafd is. Voorts heeft zij chronische hoofdpijn, rugpijn, een slijmbeursontsteking, een hersentumor en concentratieproblemen. Volgens appellante is de rechtbank voorbijgegaan aan de informatie van de behandelend psychiater en aan de gevolgen van het medicijngebruik van appellante. De rechtbank is eveneens ten onrechte voorbijgegaan aan het medisch journaal van de huisarts M. Aydin van 16 mei 2012 waarin is gesteld dat appellante niet is staat is om reguliere arbeid te verrichten.

5.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1.

Voor de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.

5.2.

Appellante heeft in hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in beroep bij de rechtbank en heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd. De rechtbank heeft de beroepsgronden afdoende besproken en heeft overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De verklaring van de huisarts in het medisch journaal van 16 mei 2012 dateert uit een periode waarin appellante opnieuw een ZW-uitkering is toegekend. Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv over de weigering van ziekengeld. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Voor het overige wordt volstaan te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.

5.3.

De overwegingen 5.1 en 5.2 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) S. Aaliouli

QH