Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2436

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
13-1752 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging uitkering op grond van de Ziektewet. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/1752 ZW

Datum uitspraak: 13 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

6 maart 2013, 12/9890 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. Y. Özdemir, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2013. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. drs. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.

Met ingang van 4 juli 2011 is appellante een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontzegd. Het Uwv heeft appellante voor minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht.

2.

Appellante heeft zich met ingang van 14 maart 2012, vanuit de situatie dat zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, ziek gemeld wegens toegenomen klachten. Bij besluit van 2 augustus 2012 heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 8 augustus 2012 beëindigd op de grond dat appellante weer geschikt is voor haar maatgevende werk. Bij besluit van 2 oktober 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 2 augustus 2012 ongegrond verklaard.

3.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij beslissende betekenis toegekend aan de door de (bezwaar)verzekeringsarts uitgebrachte rapporten. Met de door appellante in beroep aangevoerde klachten is reeds rekening gehouden in het kader van de Wet WIA-beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank ligt aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag, op grond waarvan het Uwv terecht heeft geoordeeld dat appellante per 8 augustus 2012 geschikt is te achten voor haar arbeid in de zin van de ZW.

4.

In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak bestreden. Appellante heeft aangevoerd dat zij zwakbegaafd is. Voorts heeft zij chronische hoofdpijn, rugpijn, een slijmbeursontsteking, een hersentumor en concentratieproblemen. Volgens appellante is de rechtbank voorbijgegaan aan de informatie van de behandelend psychiater en aan de gevolgen van het medicijngebruik van appellante. De rechtbank is eveneens ten onrechte voorbijgegaan aan het medisch journaal van de huisarts M. Aydin van 16 mei 2012 waarin is gesteld dat appellante niet is staat is om reguliere arbeid te verrichten.

5.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1.

Voor de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.

5.2.

Appellante heeft in hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in beroep bij de rechtbank en heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd. De rechtbank heeft de beroepsgronden afdoende besproken en heeft overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv over de ontzegging van ziekengeld. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Volstaan wordt te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.

5.3.

De overwegingen 5.1 en 5.2 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) S. Aaliouli

QH