Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2410

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
11-6960 WMO
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2011:4673, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering financiële ondersteuning. Appellant heeft in hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in beroep. De rechtbank heeft die gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6960 WMO

Datum uitspraak: 13 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 oktober 2011, 10/5586 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Halderberge (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2013. Appellant is, zoals vooraf bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. C.A. den Ottelander.

OVERWEGINGEN

1.1. Op 3 juni 2010 heeft appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een aanvraag ingediend om een financiële ondersteuning ten behoeve van de betaling van een huurschuld.

1.2. Bij besluit van 26 juli 2010 heeft het college de aanvraag afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de betaling van huurschuld niet valt onder de compensatieplicht van artikel 4 van de Wmo. Voorts staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet werk en bijstand in de weg aan de verlening van bijzondere bijstand voor gemaakte schulden.

1.3. Bij besluit van 30 november 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 26 juli 2010 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en het beroep voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

3.

Appellant heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die hij ook reeds in beroep heeft aangevoerd.

4.1.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn aangevoerd en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad kan zich geheel in de beoordeling van de gronden door de rechtbank vinden.

4.2.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) M.P. Ketting

IvR