Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2376

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
12-508 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van een computer. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet bezitten van een eigen computer voor appellant objectief bezien een belemmering vormt om zijn werkzaamheden als schrijver en dichter te kunnen verrichten. Geen grond om aan te nemen dat de kosten van een computer voor hem noodzakelijk zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/508 WWB

Datum uitspraak: 12 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 december 2011, 11/292 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Weert (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 1 oktober 2013, waar partijen - met bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij brief van 1 augustus 2010 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van een computer.

1.2.

Bij besluit van 19 oktober 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 januari 2011 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat de kosten van een computer voor appellant geen noodzakelijke kosten zijn als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd en aangevoerd dat hij kunstenaar is, onder meer schrijver en dichter, en dat hij, om zijn werkzaamheden als kunstenaar naar behoren te kunnen uitoefenen, een computer nodig heeft. In dat verband heeft appellant aangevoerd dat hij de intentie heeft om zijn werk te publiceren en te verkopen en dat het niet mogelijk is om zijn manuscripten te kunnen verkopen en/of verspreiden zonder computer. Appellant heeft in het verleden ook al enkele werken gepubliceerd. Bovendien is de omvang van zijn werken (en naslagwerken) dermate groot, dat het niet mogelijk en reëel is om deze naar de openbare bibliotheek te verplaatsen.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de kosten van een computer noodzakelijke kosten zijn als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB.

4.2.

Met de rechtbank moet worden geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet bezitten van een eigen computer voor appellant objectief bezien een belemmering vormt om zijn werkzaamheden als schrijver en dichter te kunnen verrichten. Voor zover een computer voor deze activiteiten al nodig is, valt niet in te zien dat appellant hiervoor geen gebruik kan maken van een computer in een openbare gelegenheid, zoals een bibliotheek of een internetcafé. Appellant heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat, naar hij stelt, de omvang en de aard van zijn werkzaamheden het niet toelaten dat deze in een openbare gelegenheid worden verricht. In de - niet onderbouwde - stelling van appellant dat publicatie van zijn werken als een reële mogelijkheid dient te worden aangemerkt is, wat daarvan zij, geen grond gelegen om aan te nemen dat de kosten van een computer voor hem noodzakelijk zijn.

4.3.

Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.



5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2013.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) M.R. Schuurman

HD