Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2331

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
07-11-2013
Zaaknummer
12-917 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering en recht op een WGA-vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/917 WIA

Datum uitspraak: 6 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van

30 januari 2012, 11/1735 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te[woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2013. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis.

OVERWEGINGEN

1.

Bij besluit van 7 maart 2011 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat zijn loongerelateerde WGA-uitkering in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 8 maart 2011 eindigt en hij met ingang van die datum recht heeft op een WGA-vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%.

2.

Bij besluit van 29 juli 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van

7 maart 2011 ongegrond verklaard.

3.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - samengevat - overwogen dat de beschikbare gedingstukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant per

8 maart 2011. Appellant heeft zijn stellingen onvoldoende aannemelijk gemaakt en ook geen medische gegevens in het geding gebracht. De bezwaararbeidsdeskundige heeft afdoende gemotiveerd waarom de aan de schatting ten grondslag liggende functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden.

4.

In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat de medische keuring niet op juiste wijze is verlopen en heeft de Raad verzocht een onafhankelijke deskundige te benoemen.

5.1.

De Raad overweegt als volgt.

5.2.

Hetgeen appellant heeft aangevoerd brengt de Raad niet tot het oordeel dat het medisch onderzoek onjuist of onzorgvuldig is geweest. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant aansluitend aan de hoorzitting onderzocht. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat dat onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts informatie bij de huisarts van appellant opgevraagd. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank hieromtrent. Voor zover appellant heeft bedoeld aan te geven dat hij meer beperkingen heeft dan is vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), stelt de Raad vast dat appellant noch in beroep, noch in hoger beroep, medische stukken heeft ingediend waar dit uit blijkt. De Raad ziet geen aanleiding om het verzoek een onafhankelijke deskundige te benoemen in te willigen. Er is daarvoor onvoldoende twijfel aan de juistheid van de FML.

6.

Uit hetgeen in 5.2 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

7.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van

J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

6 november 2013.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) J.C. Hoogendoorn

IvR