Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2329

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
07-11-2013
Zaaknummer
12-1080 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op WIA-uitkering. De gronden die appellant in hoger beroep aanvoert vormen een herhaling van hetgeen in beroep naar voren is gebracht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit juist is. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1080 WIA

Datum uitspraak: 6 november 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van

13 januari 2012, 11/2743 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F.J. Witlox, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2013. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Hier wordt volstaan met het volgende.

1.2. Bij besluit van 5 maart 2011 heeft het Uwv, in overeenstemming met de bevindingen na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, de aan appellant toegekende

WGA-uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per

9 augustus 2008 beëindigd omdat appellant per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

1.3. Bij besluit van 5 juli 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar gericht tegen het besluit van 5 maart 2011 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt het rapport van een bezwaarverzekeringsarts van 27 juni 2011 ten grondslag.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en overwogen dat de beperkingen tot het verrichten van arbeid niet zijn onderschat. Aan de overgelegde brief van orthopedisch chirurg H.J. Hoekstra van

10 november 2011 heeft de rechtbank niet de betekenis toegekend die appellant daaraan gehecht wilde zien nu met de in deze brief genoemde knieklachten in voldoende mate rekening is gehouden bij de voor appellant vastgestelde belastbaarheid. De rechtbank heeft voorts geen reden gezien om strijd met het rechtszekerheidsbeginsel aan te nemen bij de besluitvorming door het Uwv.

3.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij van mening is dat hij ook op en na

9 augustus 2008 ten gevolge van zijn lichamelijke klachten niet in staat is werkzaamheden van productieve aard te verrichten. Met name de klachten aan zijn knie staan hieraan in de weg.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

De gronden die appellant in hoger beroep aanvoert vormen een herhaling van hetgeen in beroep naar voren is gebracht. Die gronden zijn door de rechtbank besproken en hebben niet kunnen leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit onjuist is. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Appellant heeft geen (nieuwe) medische informatie overgelegd die aanleiding zou kunnen zijn voor een andersluidend oordeel.

5.

Uit hetgeen in 4.2 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van

J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

6 november 2013.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) J.C. Hoogendoorn

JL