Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2251

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
04-11-2013
Zaaknummer
11-6779 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen indicatie voor de zorgfuncties persoonlijke verzorging en begeleiding. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat de besluitvorming van CIZ, gelet op de daaraan ten grondslag gelegde medische adviezen, onzorgvuldig of onjuist is geweest. De Raad kan zich geheel verenigen met de overwegingen van de rechtbank die tot dat oordeel hebben geleid. De brief van de huisarts van 11 januari 2012 leidt niet tot een ander oordeel, aangezien deze brief geen medische informatie bevat die niet al eerder bekend was en in de beschouwing is betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6779 AWBZ

Datum uitspraak: 23 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

2 november 2011, 10/6518 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te[woonplaats] (appellante)

de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Spek, advocaat, hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

CIZ heeft aanvullende stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2013. Voor appellante is

mr. Spek verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M.R. Kater.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante heeft op 25 april 2010 bij CIZ een aanvraag om een indicatie voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ingediend.

1.2.

CIZ heeft bij besluit van 2 juli 2010 een indicatie gegeven voor de zorgfunctie verpleging in klasse 0 (0 tot 0,9 uur per week) in de periode van 8 juni 2010 tot en met 7 juni 2015 voor het vullen van insulinespuiten.

1.3.

Bij besluit van 30 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 2 juli 2010 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de besluitvorming van CIZ, gelet op de daaraan ten grondslag gelegde medische adviezen, onzorgvuldig of onjuist is geweest. Ten aanzien van de door appellante gestelde cognitieve beperkingen heeft de rechtbank overwogen dat de medisch adviseur van CIZ heeft geconcludeerd dat uit de medische gegevens niet blijkt van niet leeftijdconforme cognitieve achteruitgang. Hierbij is de medisch adviseur naar het oordeel van de rechtbank terecht uitgegaan van de officiële geboortedatum van 1 juli 1944, nu appellante haar claim ouder te zijn niet heeft onderbouwd. Appellante heeft ook geen gegevens van bijvoorbeeld een geriater aangedragen waaruit blijkt dat zij dementeert. De rechtbank heeft verder het betoog van appellante dat zij niet in staat is basale zelfverzorging te verrichten verworpen en daarbij onder meer gewezen op de conclusie van de medisch adviseur van CIZ dat uit de beschikbare medische gegevens geen gegevens naar voren komen waaruit blijkt dat appellante de basale zelfverzorging niet zou kunnen doen. De rechtbank heeft tenslotte overwogen dat het beroep van appellante op de verwijsbrief van haar huisarts S.P. Tieleman van 16 april 2010 niet tot een ander oordeel leidt.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellante stelt zich op het standpunt dat CIZ ten onrechte geen indicatie heeft gegeven voor de zorgfuncties persoonlijke verzorging en begeleiding. De rechtbank is er volgens appellante ten onrechte aan voorbij gegaan dat uit de stukken van de huisarts blijkt dat zij niet tot basale zelfverzorging in staat is. Bovendien had het volgens appellante voor de hand gelegen dat CIZ bij twijfel over de beperkingen van appellante een geriater had ingeschakeld. Appellante meent verder dat zij ouder is dan haar gehanteerde geboortedatum uitwijst. Zij heeft voorts een brief van 11 januari 2012 van haar huisarts ingediend waarin deze onder meer stelt dat appellante voor haar verzorging totaal afhankelijk van haar zoon en haar schoondochter is.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Evenals de rechtbank ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat de besluitvorming van CIZ, gelet op de daaraan ten grondslag gelegde medische adviezen, onzorgvuldig of onjuist is geweest. De Raad kan zich geheel verenigen met de overwegingen van de rechtbank die tot dat oordeel hebben geleid. De brief van de huisarts van 11 januari 2012 leidt niet tot een ander oordeel, aangezien deze brief geen medische informatie bevat die niet al eerder bekend was en in de beschouwing is betrokken. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak inhoudende dat CIZ terecht geen indicatie heeft gegeven voor de zorgfuncties persoonlijke verzorging en begeleiding juist is.

4.2.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4.3.

Voor een veroordeling tot het vergoeden van schade bestaat, gelet op wat onder 4.2 is overwogen, geen aanleiding.

5.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om een veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) G.J. van Gendt

QH