Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2231

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
12-4549 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ingangsdatum bijstand. Geen bijstand wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen en/of de melding bij het UWV heeft plaatsgevonden. Geen sprake bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4549 WWB

Datum uitspraak: 29 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 juli 2012, 12/2075 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L. Kuijper, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaak 12/1903 WWB, plaatsgevonden op

6 augustus 2013. Voor appellante is verschenen mr. Kuijper. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In de gevoegde zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante heeft sinds 2009 een aantal malen bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd. Deze aanvragen hebben er niet toe geleid dat appellante voor bijstand in aanmerking kwam. Vervolgens heeft appellante zich op 16 mei 2011 bij het UWV Werkbedrijf/Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld en een nieuwe aanvraag ingediend. Bij besluit van 29 augustus 2011 heeft het college appellante per 16 mei 2011 bijstand toegekend.

1.2.

Bij besluit van 23 januari 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat volgens vaste rechtspraak van de Raad inzake toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB in beginsel geen bijstand wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen en/of de melding bij het UWV heeft plaatsgevonden. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De rechtbank is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat het college tot bijstandsverlening eerder dan 16 mei 2011 had dienen over te gaan.

3.

Appellante heeft zich op de hierna te bespreken beroepsgrond tegen deze uitspraak gekeerd.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust worden onderschreven. Appellante heeft haar stelling dat haar een bijstandsuitkering toekomt vanaf

26 maart 2011 omdat zij zich op die datum bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou hebben gemeld ook in hoger beroep in het geheel niet onderbouwd.

4.2.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van T.A. Meijering als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2013.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) T.A. Meijering

HD