Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2169

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
11-2269 Wajong
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit aan appellant meegedeeld dat hij geen uitkering op grond van de Wet Wajong kan krijgen, omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet. Niet in geschil is dat het namens appellant ingediende bezwaarschrift na de wettelijke voorgeschreven termijn van zes weken is ingediend. In de door appellant aangevoerde omstandigheden wordt met de rechtbank geen reden gezien om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2269 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van

4 maart 2011, 10/3890 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F.J. Witlox, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2013. Appellant is met voorgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. R.E.J.P.M. Rutten.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft op 29 januari 2010 een aanvraag ingediend om een arbeids- en inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

1.2. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 6 mei 2010 aan appellant meegedeeld dat hij geen uitkering op grond van de Wet Wajong kan krijgen, omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet. Bij brief van 26 juli 2010 is namens appellant tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.3. Bij besluit van 22 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 mei 2010, onder verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 15 oktober 2010, niet-ontvankelijk verklaard.

2.

Bij de aangevallen - mondelinge - uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden is om de geconstateerde termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

3.

Appellant kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak en heeft verwezen naar hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Niet in geschil is dat het namens appellant ingediende bezwaarschrift na de wettelijke voorgeschreven termijn van zes weken, die eindigde op 17 juni 2010, is ingediend.

4.2.

Artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. In de door appellant aangevoerde omstandigheden wordt met de rechtbank geen reden gezien om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen.

4.3.

De in bezwaar overgelegde medische informatie bevat geen gegevens die het standpunt van appellante ondersteunen dat hij gedurende de gehele bezwaartermijn wegens psychische klachten niet in staat was zelf een bezwaarschrift in te dienen of te laten indienen. Ook de in beroep overgelegde informatie van behandelend psycholoog A. de Hart geeft geen aanleiding om te oordelen dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar geacht dient te worden. Uit deze informatie blijkt evenmin dat appellant op grond van zijn psychische klachten volstrekt onbekwaam was om in de hier van belang zijnde periode relevante (rechts)handelingen te verrichten. Door appellant zijn in hoger beroep geen medische of andere gegevens overgelegd, die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.

4.4.

Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013.

(getekend) G.P.J. Goorden

(getekend) A.C. Oomkens

HD