Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2155

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
13-3141 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie

Zowel in de bestuurlijke als de rechterlijke fase is de redelijke termijn overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3141 BESLU, 13/3142 BESLU

Datum uitspraak: 17 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats](verzoeker)

de Staat der Nederlanden (de Minister van Veiligheid en Justitie) (Staat)

de Commissie Algemene Oorlogsongevallen Regeling (commissie)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen twee besluiten van de commissie van 29 juli 2010, kenmerk 5008/CAOR en 5006/CAOR.

Bij uitspraak van 13 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:704, heeft de Raad op deze beroepen beslist. Daarbij heeft de Raad bepaald dat het onderzoek wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevraagde schadevergoeding in verband met mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Tevens heeft de Raad de Staat aangemerkt als partij in die procedure.

De Staat en de commissie hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de Raad over de aan verzoeker toekomende schadevergoeding.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft hij het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1.

In zijn uitspraak van 13 juni 2013 heeft de Raad vastgesteld dat de procedure vier jaar en bijna vier maanden heeft geduurd, hetgeen bijna twee jaar meer is dan de twee en een half jaar die in beginsel geldt voor een procedure in twee instanties (zes maanden voor de bestuurlijke en twee jaar voor de rechterlijke fase). Voorts is het vermoeden uitgesproken dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als de rechterlijke fase is overschreden.

2.

In dit geval heeft de bezwaarprocedure geduurd van 17 februari 2009 tot 29 juli 2010, hetgeen een overschrijding oplevert van bijna één jaar. De procedure bij de Raad heeft geduurd van 31 augustus 2010 tot 13 juni 2013, derhalve een overschrijding van ruim

negen maanden. De Raad ziet geen aanleiding een langere behandelingsduur dan een half respectievelijk twee jaar gerechtvaardigd te achten.

3.

Dit resulteert bij een vergoeding van € 500,- per half jaar of een gedeelte ervan tot zowel een schadevergoeding van € 1.000,- ten laste van de Staat als een schadevergoeding van

€ 1.000,- ten laste van de commissie.

4.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding aan betrokkene van € 1.000,-;

- veroordeelt de commissie tot betaling van schadevergoeding aan betrokkene van € 1.000,-.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van T.A. Meijering als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2013.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) T.A. Meijering

HD