Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2126

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
13-1136 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontheffing voor appellant van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB gedurende zes maanden, beperkt tot vijftien uur per week. Het college heeft zijn besluitvorming op het advies van de keuringsarts mogen baseren. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat daarop niet zou mogen worden afgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/1136 WWB

Datum uitspraak: 22 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

21 januari 2013, 12/1635 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Wormerland (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.E. Stam, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.E. Stam, advocaat. Het college is zonder bericht niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontvangt sinds 1 september 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was volledig ontheven van verplichtingen die gericht zijn op arbeidsinschakeling.

1.2.

In het kader van een herbeoordeling van zijn arbeidsgeschiktheid is appellant op

17 januari 2011 medisch onderzocht door de keuringsarts, C. Geurts, van Medimove.

De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapportage van 17 januari 2011. Hierin wordt geconcludeerd dat appellant belastbaar is voor 25 uur per week en dat daarbij rekening dient te worden gehouden met zijn beperkingen.

1.3.

Bij besluit van 28 april 2011 heeft het college bepaald dat de ontheffing voor appellant van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB gedurende de periode van 1 mei 2011 tot 1 november 2011 beperkt blijft tot vijftien uur per week.

1.4.

Bij besluit van 20 februari 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 28 april 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Kortweg is betoogd dat hij niet belastbaar is voor arbeid, zodat het college hem een volledige ontheffing had moeten verlenen van de arbeidsverplichtingen.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB - voor zover van belang - is de belanghebbende verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB - voor zover van belang - is de belanghebbende verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

Het tweede lid van artikel 9 van de WWB biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

4.2.

Het college heeft zijn besluitvorming op het advies van de keuringsarts van Medimove van 17 januari 2011 mogen baseren. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat daarop niet zou mogen worden afgegaan. Van betekenis is in dit verband dat uit het advies blijkt dat de keuringsarts eigen onderzoek heeft gedaan, aandacht heeft geschonken aan de door appellant gestelde lichamelijke en psychische klachten en dat informatie van de behandelend psycholoog/psychotherapeut van PsyQ bij het onderzoek is betrokken. Ook heeft de keuringsarts gereageerd op door appellant nader overgelegde medische stukken. De keuringsarts heeft vastgesteld dat ten aanzien van werken voor appellant een aantal lichamelijke en psychische beperkingen bestaat. Zo dienen stresserende werkzaamheden te worden vermeden en is appellant aangewezen op rustig werk, is lopen beperkt tot een half uur, moet hij zijn rechterhand ontzien en wordt hij geschikt geacht tot het verrichten van arbeid gedurende 25 uur per week. De eerder door appellant ingebrachte medische stukken bieden geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het advies van Medimove. Met de door de huisarts en psycholoog/psychotherapeut genoemde klachten is voldoende rekening gehouden.

4.3.

Aan het in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen uitgebrachte advies van de GGD van 1 augustus 2011, waarin is opgetekend dat appellant tijdelijk volledig arbeidsongeschikt is, komt in dit verband niet die betekenis toe die appellant daaraan gehecht wil zien. In het advies wordt vermeld dat appellant een psychiatrische aandoening heeft waadoor hij in het dagelijks functioneren enigszins wordt beperkt en dat gezien het klachtenpatroon werk zoeken op dit moment niet goed mogelijk is. Hieruit volgt echter niet dat appellant, indien rekening wordt gehouden met zijn beperkingen, niet in staat zou zijn om gedurende 25 uur per week aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB te voldoen. Daarnaast blijkt uit het advies van de GGD niet op welke medische gronden de conclusie dat appellant tijdelijk volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht, is gebaseerd.

4.4.

Uit wat in 4.2 en 4.3 is overwogen volgt dat het college zijn besluitvorming heeft mogen baseren op het advies van Medimove van 17 januari 2011. Hierin ligt besloten dat geen aanleiding bestaat voor een nader medisch onderzoek. De medische situatie van appellant leverde ten tijde in geding dan ook geen dringende reden op als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de WWB. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestond om appellant volledig dan wel verdergaand van zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB te ontheffen. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.



5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2013.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) E. Heemsbergen

RB