Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2115

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-10-2013
Datum publicatie
22-10-2013
Zaaknummer
13-1331 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht niet betaald. Kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 oktober 2013

13/1331 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

31 januari 2013, 12/1324 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

Zorgkantoor Amersfoort (Zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft P.E. van Aarst hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij brief van 21 juni 2013 is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 118,- is verschuldigd, en is meegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 23 juli 2013 is de gemachtigde van appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald, maar pas op

26 augustus 2013 op de rekening van de Raad is bijgeschreven.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad overweegt voorts ten overvloede dat het hoger beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden op de grond dat het beroepschrift niet de gronden van het beroep bevat en dat dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn is hersteld.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van

J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2013.

(getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert

(getekend) J.A. Achterberg

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

JvC