Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:2030

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
15-10-2013
Zaaknummer
13-2081 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft de Svb ten onrechte niet veroordeeld in de proceskosten die appellante in verzet heeft moeten maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/2081 ANW

Datum uitspraak: 11 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

1 maart 2013, 12/439 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante]te [woonplaats](appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. drs. M.J.G. Schroeder, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft bij brief van 18 juni 2013 een reactie ingezonden.

Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.

Namens appellante is in hoger beroep uitsluitend aangevoerd dat de rechtbank de Svb ten onrechte niet heeft veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het verzet heeft moeten maken. De rechtbank had in totaal 2 punten, bedoeld in de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), aan de verrichte proceshandelingen moeten toekennen. De Svb heeft in reactie hierop te kennen gegeven bereid te zijn de door appellante bedoelde proceskosten te vergoeden, ter waarde van in totaal 1 punt voor het indienen van het verzetschrift en het verschijnen ter zitting in die procedure.

2.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de Svb ten onrechte niet heeft veroordeeld in de proceskosten die appellante in verzet heeft moeten maken. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak in zoverre dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad de Svb alsnog veroordelen in de proceskosten die appellante in verzet heeft moeten maken. Gebleken is dat in die procedure namens appellante een verzetschrift is ingediend en dat haar advocaat ter zitting is verschenen. Het eerste lid, onder a van de artikelen 1 en 2 van het Bpb in verbinding met de Bijlage bij dit Bpb schrijven voor dat in dat geval 0,5 punt per proceshandeling wordt toegekend. Aangezien sprake is van twee proceshandelingen, wordt in totaal 1 punt ter waarde van € 472,- toegekend.

3.

Voorts bestaat aanleiding om de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 472,- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij geen proceskostenveroordeling

in verzet is uitgesproken;

- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante in verzet tot een bedrag van

€ 472,- alsmede in hoger beroep tot een bedrag van € 472,-;

- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2013.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) R.L. Rijnen

CVG