Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:1782

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
19-09-2013
Zaaknummer
11-4397 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van heeft het college besloten dat aan appellant geen pgb voor de noodzakelijke aanpassingen in zijn huurwoning zou worden verstrekt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellant niet mee heeft willen werken aan (herhaald) bouwtechnisch onderzoek van zijn huurwoning. Het college heeft als gevolg daarvan niet kunnen vaststellen wat de hoogte van het toe te kennen pgb zou moeten zijn en of de kosten van de aanpassing niet boven de (verhuisprimaat)grens van € 8.100,- zouden uitkomen. In het licht hiervan kon het college het gevraagde pgb niet toewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

11/4397 WMO

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
9 juni 2011, 10/4803 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2013. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.G. Veldstra.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 31 maart 2008 heeft het college besloten dat aan appellant geen persoonsgebonden budget (pgb) voor de noodzakelijke aanpassingen in zijn huurwoning zou worden verstrekt.

1.2. Bij besluit van 24 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat appellant niet mee heeft willen werken aan (herhaald) bouwtechnisch onderzoek van zijn huurwoning. Het college heeft als gevolg daarvan niet kunnen vaststellen wat de hoogte van het toe te kennen pgb zou moeten zijn en of de kosten van de aanpassing niet boven de (verhuisprimaat)grens van € 8.100,- zouden uitkomen. In het licht hiervan kon het college het gevraagde pgb niet toewijzen.

3.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De door de rechtbank gegeven overwegingen kunnen volledig onderschreven worden. Ter zitting van de Raad heeft de vertegenwoordiger van het college aangegeven dat het college nog steeds bereid is bouwkundig onderzoek te (laten) doen.

4.2.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2013.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) I.J. Penning

EH