Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:1760

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
17-09-2013
Zaaknummer
12-5445 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldig nalatig de premie voor de volksverzekeringen te voldoen. De omstandigheden die appellant heeft aangevoerd, zijn niet zodanig dat op grond daarvan het niet betalen van de premie volksverzekeringen niet aan appellant zou moeten worden toegerekend. Onvoldoende is dat appellant onverwacht werd geconfronteerd met aanzienlijke navorderingen op een moment dat de kredietcrisis toesloeg. Appellant heeft de inkomsten uit zijn onderneming kennelijk niet mede aangewend voor de te verwachten aanslagen van de Belastingdienst. Het niet betalen van de aanslagen is kennelijk een gevolg van de bedrijfsvoering, hetgeen geheel voor rekening van appellant komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/5445, 12/5446, 12/5447 AOW

Datum uitspraak: 13 september 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

29 augustus 2012, 12/3579, 12/4447 en 12/4450 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J.W. de Water, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Water. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door

J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft een autobedrijf geëxploiteerd. De Belastingdienst heeft na een boekenonderzoek navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 2003, 2004 en 2005 van respectievelijk € 10.691,00, € 33.697,00 en

€ 31.566,00. De Svb heeft van de Belastingdienst bericht ontvangen dat appellant deze aanslagen niet heeft voldaan. Bij besluiten van 20 december 2011 heeft de Svb vastgesteld dat appellant 100% schuldig nalatig is de premie voor de volksverzekeringen te voldoen over de jaren 2003, 2004 en 2005.

1.2. De bezwaren van appellant tegen deze besluiten zijn bij besluiten van 20 maart 2012 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak zijn de beroepen tegen de besluiten van 20 maart 2012 ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank kan niet worden geconcludeerd dat het niet betalen van de premies appellant niet kan worden verweten.

3.

Appellant heeft het standpunt ingenomen dat hij de navorderingsaanslagen onmogelijk kon voldoen. De Svb heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is aangetoond dat appellant op grond van hem niet toe te rekenen omstandigheden de premies niet heeft kunnen betalen.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De omstandigheden die appellant heeft aangevoerd, zijn niet zodanig dat op grond daarvan het niet betalen van de premie volksverzekeringen niet aan appellant zou moeten worden toegerekend. Onvoldoende is dat appellant onverwacht werd geconfronteerd met aanzienlijke navorderingen op een moment dat de kredietcrisis toesloeg. Appellant heeft de inkomsten uit zijn onderneming kennelijk niet mede aangewend voor de te verwachten aanslagen van de Belastingdienst. Aan de toerekenbaarheid doet niet af dat de Belastingdienst geen medewerking heeft verleend aan verzoeken om kwijtschelding, dan wel finale kwijting tegen betaling van € 5.000,-. Hierbij is van belang dat appellant de juistheid van de aanslagen - tegenover de belastingdienst - niet betwist. Het niet betalen van de aanslagen is kennelijk een gevolg van de bedrijfsvoering, hetgeen geheel voor rekening van appellant komt. Daaraan doet niet af dat de boekhouder van appellant - zo stelt appellant - heeft verzuimd aangifte te doen en de voorraad verkeerd heeft ingeboekt. Indien de boekhouder in gebreke is gebleven, lag het op de weg van appellant om actie te ondernemen tegen deze boekhouder.

4.2.

Gelet op het voorgaande was de Svb gehouden vast te stellen dat appellant over de jaren 2003, 2004 en 2005 schuldig nalatig is de premie voor de volksverzekeringen te voldoen.

5.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 september 2013.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) I.J. Penning

EH