Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:1638

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
05-09-2013
Zaaknummer
11-4340 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het beroep gegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten van appellante. De rechtbank heeft - zonder nadere motivering - geen kosten voor rechtsbijstand toegekend. Hiertegen richt zich het hoger beroep. Uit vaste rechtspraak volgt dat het Juridisch steunpunt beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De Raad vindt aanleiding om het college tevens te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/4340 WMO

Datum uitspraak: 4 september 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 9 juni 2011, 11/1009 en 11/1042 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P. Breedveld hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 juli 2013. Voor appellante is verschenen mr. Breedveld. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A.C.J. Akker-Klerks.

OVERWEGINGEN

1.

Appellante is ook in beroep bijgestaan door mr. P. Breedveld van het Juridisch steunpunt Chronisch zieken en Gehandicapten.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter - voor zover hier van belang - het beroep gegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten van appellante, die zijn vastgesteld op € 14,20. De rechtbank heeft - zonder nadere motivering - geen kosten voor rechtsbijstand toegekend. Hiertegen richt zich het hoger beroep.

3.

Uit vaste rechtspraak volgt dat het Juridisch steunpunt beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Hierbij zij bijvoorbeeld verwezen naar de uitspraken van de Raad van 28 augustus 2008,

LJN BE9539, en van 8 juni 2011, LJN BQ7792. Het college heeft overigens ook erkend dat het Juridisch steunpunt beroepsmatig bijstand verleent en dat recht bestaat op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. Nu de kosten van rechtsbijstand voor ambtshalve toekenning in aanmerking komen (zie o.a. CRvB 7 juni 2007, LJN BA8303) heeft de rechtbank het college ten onrechte niet veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand in beroep. De aangevallen uitspraak moet in zoverre worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het college veroordelen in de kosten van rechtsbijstand van appellante in eerste aanleg tot een bedrag van € 944,-.



4. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding om het college tevens te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. De Raad acht het gewicht van deze zaak zeer licht, zodat deze kosten op grond van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op een bedrag van € 236,- wegens verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover de rechtbank het college niet heeft

veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand in beroep;

- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal

€ 1.180,-;

- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 112,-

vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 september 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) H.J. Dekker

HD