Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY7869

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
12-4619 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen betaling griffierecht binnen de termijn. Er kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat er geen sprake is van verzuim. Hoger beroep niet ontvankelijk. Beroepschrift bevat tevens geen gronden van hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/4619 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 juli 2012, 12/1168 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 21 december 2012

PROCESVERLOOP

Mr. P.G.M. Lodder, advocaat, heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld.

Bij schrijven van 22 oktober 2012 heeft mr. M. Cortet, advocaat, zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 23 augustus 2012 is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 115,-- is verschuldigd, en is meegedeeld dat het volledige verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 10 oktober 2012 is de gemachtigde van appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen 28 dagen dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig betaald is, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald doch eerst op 3 december 2012 op de rekening van de Raad is bijgeschreven.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Mr. Cortet heeft in zijn brief van 22 oktober 2012 aangegeven dat appellant de gronden van het hoger beroep niet zal inzenden. De Raad acht het hoger beroep eveneens niet-ontvankelijk

op de grond dat het beroepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2012.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.