Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY7392

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
11/699 WWB + 12/6459 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad komt op grond van wat in de tussenuitspraak en in deze uitspraak is overwogen tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het besluit van 17 augustus 2010 gegrond verklaren en dat besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12 eerste lid, van de Awb. Met betrekking tot het besluit van 24 oktober 2012 overweegt de Raad dat appellant in zijn zienswijze in wezen dezelfde gronden heeft aangevoerd die de Raad al in zijn tussenuitspraak heeft beoordeeld en verworpen. De Raad zal daarom het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2012 ongegrond verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/699 WWB, 12/6459 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 december 2010, 10/4475 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 18 december 2012

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 25 september 2012, LJN BX8183, een tussenuitspraak gedaan. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college op 24 oktober 2012 een nieuw besluit genomen.

Appellant heeft bij brief van 18 november 2012 zijn zienswijze naar voren gebracht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, heeft de Raad afgezien van een nader onderzoek ter zitting en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak van 25 september 2012 voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij bij zijn oordeelsvorming uitgaat. Hij voegt hieraan het volgende toe.

2. Het college heeft bij besluit van 24 oktober 2012 (nadere besluit) het geconstateerde gebrek dat aan de beslissing op bezwaar van 17 augustus 2010 (bestreden besluit) kleefde, hersteld door het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het primaire besluit van 30 juni 2010 te herzien door intrekking van de bijstand over de maanden waarin de geldtransacties hebben plaatsgevonden. Tevens is bij het nadere besluit de terugvordering beperkt tot de kosten van bijstand die in deze maanden ten onrechte is verleend, zijnde € 20.029,14.

3. Appellant kan zich niet vinden in het nadere besluit van 24 oktober 2012.

4. Nu niet geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, strekt het geding in hoger beroep zich, gelet op de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, mede uit tot het nadere besluit.

5.1. De Raad komt op grond van wat in de tussenuitspraak en in deze uitspraak is overwogen tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het besluit van 17 augustus 2010 gegrond verklaren en dat besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12 eerste lid, van de Awb.

5.2. Met betrekking tot het besluit van 24 oktober 2012 overweegt de Raad dat appellant in zijn zienswijze in wezen dezelfde gronden heeft aangevoerd die de Raad al in zijn tussenuitspraak heeft beoordeeld en verworpen. De Raad zal daarom het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2012 ongegrond verklaren.

6. Niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 augustus 2010 gegrond;

- vernietigt dat besluit;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2012 ongegrond;

- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2012.

(getekend) J.C.F. Talman

(getekend) J. de Jong