Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6804

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
12-452 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling eigen bijdrage voor het verblijf in een instelling als bedoeld in de AWBZ. Verschuldigde belastingen of premies worden niet in mindering gebracht. Het beroep van betrokkene op het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 slaagt niet, reeds omdat de in geding zijnde eigen bijdrage geen belasting in de zin van dit Besluit is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/452 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 6 december 2011, 11/612 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

De erven van [naam betrokkene] (betrokkene) laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellanten)

het Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Datum uitspraak 19 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens betrokkene heeft haar echtgenoot, [naam echtgenoot], hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 14 november 2012, waar partijen - CAK met bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 7 januari 2011 heeft CAK op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) de eigen bijdrage van betrokkene voor zorg met verblijf met ingang van 1 januari 2011 vastgesteld op € 444,12 per maand.

1.2. Bij besluit van 28 februari 2011 heeft CAK de eigen bijdrage van betrokkene voor zorg met verblijf met ingang van 1 januari 2011 gewijzigd vastgesteld op € 453,95 per maand.

1.3. Bij besluit van 2 maart 2011 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 7 januari 2011 niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 28 februari 2011 ongegrond verklaard. CAK heeft aangegeven dat de zogenoemde lage eigen bijdrage is vastgesteld conform artikel 1, eerste lid, onder f, van het Bijdragebesluit zorg en artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg. Niet is gebleken dat het Bijdragebesluit zorg in strijd is met de AWBZ, dan wel met enige andere wet in formele zin of met internationaalrechtelijke bepalingen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Betrokkene heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en gesteld dat bij de berekening van de eigen bijdrage correcties dienen te worden aangebracht op het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen moet worden verlaagd met fiscaal en administratief berekende bijtellingen en met bedragen van belastingen en premieheffing. Het fiscale verzamelinkomen is voor betrokkene namelijk ook geen bron waaruit rekeningen kunnen worden betaald en waarmee schulden kunnen worden voldaan.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1 Tussen partijen is niet in geschil, en ook de Raad gaat ervan uit, dat betrokkene op grond van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ een eigen bijdrage was verschuldigd voor het verblijf in een instelling als bedoeld in de AWBZ. Tevens is niet in geschil dat de eigen bijdrage van betrokkene is vastgesteld in overeenstemming met de in het Bijdragebesluit zorg neergelegde berekeningsregels.

4.2. Artikel 1, eerste lid, onder f, van het Bijdragebesluit zorg bepaalt dat als er over het peiljaar een aanslag is of wordt vastgesteld, als inkomen geldt het verzamelinkomen. Als er geen aanslag is of wordt vastgesteld, dan dient voor het inkomen te worden uitgegaan van het belastbaar loon. Het in het Bijdragebesluit zorg voor de lage eigen bijdrage bepaalde inkomensbegrip biedt geen ruimte voor een verlaging op grond van het feit dat het in artikel 2.18 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 bedoelde verzamelinkomen forfaitaire componenten (kunnen) zijn begrepen. Ook is niet voorzien in de mogelijkheid verschuldigde belastingen of premies in mindering te brengen. Het beroep van betrokkene op het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 slaagt niet, reeds omdat de in geding zijnde eigen bijdrage geen belasting in de zin van dit Besluit is.

4.3. Op grond van het voorgaande concludeert de Raad dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2012.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) J.T.P. Pot

HD