Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6185

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
17-12-2012
Zaaknummer
11-7508 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WGA-uitkering. Het Uwv heeft op goede gronden mogen aannemen dat er een aantal reële behandelmogelijkheden voor appellante open stond en dat er na behandeling een redelijke verwachting was dat in het eerstkomende jaar verbetering van de belastbaarheid van appellante zou optreden. Appellante heeft geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat er geen behandeling en geen verbetering van arbeidsmogelijkheden mogelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/7508 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 14 november 2011, 10/4201 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 14 december 2012.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2012. Appellante is verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

De Raad heeft het onderzoek geschorst. Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van 26 maart 2010, LJN BL9855, de tussenuitspraak van de rechtbank van 22 april 2011 en de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

2. Ter uitvoering van de uitspraak van de Raad van 26 maart 2010 heeft het Uwv opnieuw beoordeeld of appellante in plaats van een WGA-uitkering recht heeft op een IVA-uitkering. Bij besluit van 27 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv aan appellante wederom een WGA-uitkering toegekend, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 21 januari 2008 is vastgesteld op 80% en meer.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van dit besluit in stand te laten. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak informatie ingewonnen bij behandelend psychiater E.C.A. Collumbien. In de rapporten van 22 juli 2010 en van 5 juli 2011 is de bezwaarverzekeringsarts ingegaan op de informatie die van de behandelaars van appellante is ontvangen. De rechtbank kan zich vinden in het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de arbeidsongeschiktheid van appellante niet als duurzaam kan worden aangemerkt omdat verbetering van functionele mogelijkheden mogelijk is. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat appellante recht heeft op een WGA-uitkering.

4. Appellante heeft in hoger beroep haar beroepsgronden herhaald. Zij stelt zich op het standpunt dat haar klachten chronisch zijn en dat haar fysieke toestand niet verbeterbaar is en alleen maar is verslechterd. Het Uwv kijkt alleen naar haar psychische klachten en niet naar haar fysieke klachten, zoals de artrose aan haar knie die de laatste tijd is verergerd en waarvoor een knieprothese door haar behandelaar is voorgesteld.

5.1. De Raad oordeelt als volgt.

5.2. Het geschil tussen partijen betreft alleen de vraag of de volledige arbeidsongeschiktheid van appellante met ingang van 21 januari 2008 moet worden geacht tevens duurzaam te zijn in de zin van artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), zodat zij ingevolge artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van de thans toegekende WGA-uitkering.

5.3. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA, zij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Ingevolge het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

5.4. Gelet op de rapporten van bezwaarverzekeringsarts van 22 juli 2010 en van 5 juli 2011, de daarin genoemde feiten en omstandigheden alsmede de informatie uit de behandelend sector waaronder de informatie van psychiater Collumbien van 19 september 2006 en van 24 april 2008, de behandelplannen van GGZ Midden-Brabant van 1 juni 2006, 2 februari 2007 en 24 augustus 2007, de informatie van de behandelend orthopedisch chirurgen dr. C.H. Diekerhof en dr. J. De Waal Malefijt en reumatoloog W. Hissink Muller, heeft het Uwv op goede gronden mogen aannemen dat er op 21 januari 2008 een aantal reële behandelmogelijkheden voor appellante open stond en dat er na behandeling een redelijke verwachting was dat in het eerstkomende jaar verbetering van de belastbaarheid van appellante zou optreden. Zoals de Raad eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 1 oktober 2010, LJN BN9226, is het aan appellante om haar standpunt dat de prognose van de bezwaarverzekeringsarts niet deugdelijk was voldoende te onderbouwen.

5.5. Hierin is appellante niet geslaagd. Uit de door appellante in hoger beroep overgelegde brieven van 31 oktober 2011 van radioloog M.C. Schoemaker en van 21 december 2011 van huisarts J. Mols blijkt dat appellante in aanmerking komt voor een knieprothese. Naast dat deze informatie niet ziet op de in geding te beoordelen periode blijkt hieruit bovendien dat er behandeling mogelijk is. Daarnaast heeft appellante geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat er geen behandeling en geen verbetering van arbeidsmogelijkheden mogelijk was ten tijde in geding.

5.6. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 tot en met 5.5. volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Volgens de brief van het Uwv van 18 oktober 2012 is deze bereid om een vergoeding van € 1.000,- aan appellante te betalen in verband met de duur van de procedure. De Raad gaat ervan uit dat het Uwv dit bedrag aan appellante zal uitkeren.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) I.J. Penning

GdJ