Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6038

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
11-5017 WAJONG
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2011:4008, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard, wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/5017 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2011, 10/5241 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 7 december 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.A.M. van Leeuwen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Leeuwen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 9 januari 2009 heeft het Uwv aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toegekend.

1.2. Bij besluit van 17 september 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op appellantes bezwaren, zijn besluit van 9 januari 2009 gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft zich ambtshalve gesteld gezien voor de vraag of het beroepschrift van appellante binnen de beroepstermijn was ingediend. Bij de bepaling van de dag waarop de beroepstermijn van zes weken is aangevangen heeft de rechtbank aangenomen uiterlijk de datum van de dag waarop een kopie van het bestreden besluit aan appellante is gezonden, te weten 12 oktober 2010. De rechtbank is uitgegaan van een uiterlijke ontvangst van het bestreden besluit door appellante op 13 oktober 2010. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellante op 13 december 2010 beroep heeft ingesteld. Daarmee is het beroepschrift buiten de termijn ingediend. Aansluitend heeft de rechtbank bezien of de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat hier geen sprake van is, nu - getuige de diverse brieven die appellante vanaf september 2010 aan het Uwv heeft gestuurd - is gebleken dat appellante wel degelijk in staat was haar belangen adequaat te behartigen.

3. In hoger beroep heeft appellante zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat appellante buiten de beroepstermijn is opgekomen tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft voorts genoegzaam gemotiveerd waarom er in het onderhavige geval geen redenen zijn om dit verzuim niet aan appellante toe te rekenen. Blijkens de brieven van 8 september 2010 en 8 oktober 2010 alsmede de telefoonnotitie van 4 oktober 2010 staat vast dat appellante in die periode in staat was om haar belangen adequaat te behartigen. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het beroep is op juiste gronden niet-ontvankelijk geacht.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) M.D.F. de Moor