Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6029

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
10/6035 WIA + 11/195 WIA
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2010:5224, Niet ontvankelijk
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2010:3556, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, heeft het Uwv appellante over de periode van 18 mei 2009 tot 18 mei 2012 een loongerelateerde uitkering (LGU) toegekend. Per 1 januari 2012 is een IVA-uitkering toegekend. Met hetgeen appellante in het hoger beroep heeft aangevoerd kan zij niet bereiken dat haar een LGU wordt toegekend met een langere duur en/of een grotere hoogte. Zolang de mate van arbeidsongeschiktheid tussen de 35 en 100% ligt, kan hierin gedurende de periode waarin de LGU wordt genoten geen wijziging optreden. De eerst ter zitting naar voren gebrachte stelling dat appellante reeds met ingang van 18 mei 2009 voor een IVA-uitkering in aanmerking komt, wordt als tardief aangemerkt. Hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6035 WIA, 11/195 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 juni 2010, 09/3631 (aangevallen tussenuitspraak) en tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 september 2010, 09/3631 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 7 december 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.M. Voogt, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, vergezeld van een in opdracht van de rechtbank gegeven nieuwe beslissing op bezwaar, gedateerd 12 oktober 2010.

Partijen hebben nadere stukken ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Voogt. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 28 april 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 18 mei 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

1.2. Bij besluit van 2 oktober 2009 heeft het Uwv, beslissend op het bezwaar van appellante, zijn besluit van 28 april 2009 gehandhaafd.

2.1. Bij de aangevallen tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 2 oktober 2009 een gebrek bevat. Dienaangaande heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 2 oktober 2009 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het Uwv opgedragen om een nieuw besluit te nemen.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak.

4.1. Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft het Uwv, ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, het bezwaar van appellante gegrond verklaard en haar over de periode van 18 mei 2009 tot 18 mei 2012 een loongerelateerde uitkering (LGU) toegekend.

4.2. Aangezien appellant zich niet met het besluit van 12 oktober 2010 kan verenigen, heeft de Raad dit besluit met toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 6:24 van de Awb in de onderhavige procedure betrokken.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. Het Uwv heeft in hoger beroep zijn besluit van 5 september 2012 overgelegd, waarbij aan appellante met ingang van 1 januari 2012 een IVA-uitkering toegekend.

5.2. De Raad ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of het beoogde resultaat dat appellante voorstaat met het ingediende hoger beroep, te weten het ontvangen van een WIA-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, althans meer dan 40%, feitelijke betekenis voor haar heeft. Het is vaste rechtspraak dat indien ieder processueel belang ontbreekt, het hoger beroep niet-ontvankelijk is.

5.3. Met hetgeen appellante in het hoger beroep heeft aangevoerd kan zij niet bereiken dat haar een LGU wordt toegekend met een langere duur en/of een grotere hoogte. Zolang de mate van arbeidsongeschiktheid tussen de 35 en 100% ligt, kan hierin gedurende de periode waarin de LGU wordt genoten geen wijziging optreden. De eerst ter zitting naar voren gebrachte stelling dat appellante reeds met ingang van 18 mei 2009 voor een IVA-uitkering in aanmerking komt, wordt als tardief aangemerkt. De beginselen van een goede procesorde verzetten zich tegen een beoordeling van die stelling.

5.4. Nu appellante met het ingestelde hoger beroep geen resultaat kan bereiken dat voor haar feitelijke betekenis heeft, dient het hoger beroep van appellante vanwege het ontbreken van het procesbelang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) M.D.F. de Moor