Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6009

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-12-2012
Datum publicatie
14-12-2012
Zaaknummer
11/1702 MAW + 11/2251 MAW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing sollicitatie. Aan het feit dat appellant wel en de andere kandidaat geen bezwaar had gemaakt tegen de eerste afwijzing, kan appellant geen aanspraak op een voorkeursbehandeling ontlenen in die zin dat de functie hem zonder meer behoorde te worden toegewezen. Op basis van de bevindingen van de selectiecommissie heeft de commandant de conclusie kunnen trekken dat de geselecteerde kandidaat de meest geschikte kandidaat was. De verslagen van de gesprekken bieden voldoende inzicht in de aspecten waarop de selectiecommissie de kandidaten heeft beoordeeld en in de redenen voor de gemaakte keuze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1702 MAW, 11/2251 MAW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 februari 2011, 09/9072 en 10/4182 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Commandant Landstrijdkrachten (commandant)

Datum uitspraak 13 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft L.C. van der Hulst hoger beroep ingesteld.

De commandant heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.M. Groenhart. De commandant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.A. Groenewoud-Kralt.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft op 23 april 2009 gesolliciteerd naar de functie van stafonderofficier Opleiding en Trainingsontwikkeling bij de Lichamelijke oefening en sportorganisatie (geambieerde functie). Op 14 mei 2009 is besloten dat appellant niet beschikbaar is voor het functietoewijzingsproces. De sollicitatie van de andere kandidaat is op dezelfde grond afgewezen.

1.2. Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft aangevoerd dat hij wel degelijk beschikbaar was en dat de geambieerde functie aan hem had moeten worden toegewezen. Naar aanleiding daarvan is de geambieerde functie teruggetrokken uit de vacaturebank en zijn zowel appellant als de andere sollicitant alsnog uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Bij besluit van 16 oktober 2009 (bestreden besluit 1) heeft de commandant het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat aan dat bezwaar volledig is tegemoet gekomen.

1.3. Op 27 oktober 2009 is besloten de geambieerde functie niet aan appellant toe te wijzen. Na gemaakt bezwaar is dat besluit gehandhaafd bij besluit van 26 april 2010 (bestreden besluit 2). Daaraan ligt kort gezegd ten grondslag dat de omstandigheid dat de andere kandidaat geen bezwaar heeft gemaakt tegen de eerdere afwijzing onverlet laat dat de commandant terug kan komen op een besluit indien dat rechtens onjuist blijkt te zijn. Dat appellant alsnog beschikbaar is voor de functie betekent nog niet dat hij geschikt is voor de functie. Uit de sollicitatiegesprekken volgt dat appellant niet de meeste geschikte kandidaat is voor de geambieerde functie.

2. Bij de aangevallen uitspraak, voor zover van belang, heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit 1 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. De rechtbank heeft het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond verklaard.

3.1. Appellant heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van bestreden besluit 1 in stand zijn gelaten en het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond is verklaard. Nu de andere kandidaat geen bezwaar heeft gemaakt tegen de eerste afwijzing, heeft deze volgens appellant ten onrechte alsnog mogen solliciteren en had de geambieerde functie aan appellant moeten worden toegewezen. Appellant had als enig overgebleven beschikbare en geschikte kandidaat een absoluut voorkeursrecht moeten krijgen, waarbij er geen ruimte meer was om de geschiktheid van de andere kandidaat tijdens een sollicitatiegesprek te beoordelen.

3.2. De commandant heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De rechtbank heeft terecht vooropgesteld dat de beslissing van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure het resultaat is van een beoordeling van de capaciteiten van de betrokkene tegen de achtergrond van de functie-eisen, waarbij het bestuursorgaan een grote beoordelingsvrijheid toekomt. Daarom is de toetsing door de rechter terughoudend. Deze toetsing is beperkt tot de vraag of gezegd moet worden dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen.

4.2. Met inachtneming hiervan kan niet gezegd worden dat de commandant onjuist heeft gehandeld door beide kandidaten alsnog uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek, nadat was gebleken dat zij ten onrechte niet beschikbaar waren geacht voor het proces van functietoewijzing. Aan het feit dat hij wel en de andere kandidaat geen bezwaar had gemaakt tegen de eerste afwijzing, kan appellant geen aanspraak op een voorkeursbehandeling ontlenen in die zin dat de functie hem zonder meer behoorde te worden toegewezen. Daar komt bij dat voor functietoewijzing naast beschikbaarheid ook geschiktheid vereist is. Hieruit volgt dat het hoger beroep tegen het in standlaten van de rechtsgevolgen van bestreden besluit 1 niet slaagt.

4.3. Met het voorgaande is gegeven dat het de commandant vrijstond om zich alsnog een oordeel te vormen over de vraag welke van de twee - in beginsel geschikte - kandidaten het meest geschikt is voor de geambieerde functie. In dit verband heeft appellant terecht erop gewezen dat in de aangevallen uitspraak bij vergissing is vermeld dat appellant niet geschikt is voor die functie. Op basis van de bevindingen van de selectiecommissie heeft de commandant de conclusie kunnen trekken dat de geselecteerde kandidaat de meest geschikte kandidaat was. De verslagen van de gesprekken bieden voldoende inzicht in de aspecten waarop de selectiecommissie de kandidaten heeft beoordeeld en in de redenen voor de gemaakte keuze.

4.4. Ook overigens biedt hetgeen appellant heeft aangevoerd geen grond om te oordelen dat het bestreden besluit 2 de terughoudende toetsing niet kan doorstaan. Dat betekent dat het hoger beroep ook in zoverre niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

4.5. Gelet op dit oordeel is er geen ruimte voor de door appellant gevraagde veroordeling van de commandant tot vergoeding van schade.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-bevestigt de aangevallen uitspraak;

-wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2012.

(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans

(getekend) R. Scheffer

JL