Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5934

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
11-3802 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om de termijn van vijf jaar van de ZW te verlengen. Gelet op de uitgebrachte rapportages van de (bezwaar)verzekeringsarts, in het bijzonder de rapportage van 18 september 2009 van bezwaarverzekeringsarts mr. drs. E.J.M. van Paridon, kan worden vastgesteld dat het Uwv op goede gronden het standpunt heeft ingenomen dat werknemer weliswaar last heeft van veel voorkomende, in het algemeen vaak op wat langere termijn progressieve aandoeningen (arthrose, jicht) maar dat er geen aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten bestaat. Dat de gezondheidsklachten van werknemer ernstig progressief zijn kan daarom niet worden onderschreven.

Wetsverwijzingen
Ziektewet 29b, geldigheid: 2012-12-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3802 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 24 mei 2011, 09/2301 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 12 december 2012.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft daarop gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2012. Voor appellante is verschenen J.[T.]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

OVERWEGINGEN

1. 1. De Raad gaat uit van de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft vermeld. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. [naam werknemer] (werknemer) is op 23 augustus 1999 uitgevallen voor zijn werk als monteur wanden/plafonds met diverse fysieke klachten. Werknemer is per 21 augustus 2000 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Op 24 augustus 2001 is werknemer bij appellante in dienst getreden als verkoopmedewerker (in aangepast werk). Werknemer viel onder de werkingssfeer van artikel 29b van de Ziektewet (ZW), op grond waarvan hij recht had op ziekengeld over de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de eerste vijf jaar na aanvang van de dienstbetrekking.

1.3. Bij brief van 11 december 2007 heeft appellante het Uwv verzocht om de termijn van vijf jaar als bedoeld in artikel 29b van de ZW te verlengen. Bij besluit van 16 februari 2009 heeft het Uwv dit verzoek afgewezen, welk besluit bij de beslissing op bezwaar van 27 mei 2009 (bestreden besluit) is gehandhaafd. Het Uwv heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor de verlenging van de termijn van vijf jaren, inhoudende dat voor afloop van de termijn van vijf jaren sprake moet zijn van een door ziekte of gebrek aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank met verwijzing naar artikel 29b van de ZW, artikel 20 van het Re-integratiebesluit (Besluit van 2 december 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur houdende regels met betrekking tot re-integratie, Stb. 2005, nr. 622) en het vóór 29 december 2005 geldende, met voornoemd artikel 20 overeenstemmende artikel 8, eerste lid, van het Arbeidsgehandicaptebesluit (Besluit van 20 juli 1998, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van een arbeidshandicap als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, Stb. 1998, nr. 488) en de Nota’s van Toelichting op beide besluiten het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de (bezwaar)verzekeringsartsen terecht hebben vastgesteld dat de uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 29b van de ZW zich hier niet voordoet. De werknemer lijdt niet aan een ziekte met een sterk invaliderend verloop binnen enkele jaren of met een aanmerkelijke verkorting van de levensverwachting vóór het 65e levensjaar.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het Uwv niets gedaan heeft om de werknemer terzijde te staan en voor appellante heeft verzwegen dat werknemer een probleemgeval was. Voorts is naar voren gebracht dat de gezondheidsklachten van werknemer ernstig progressief zijn.

4.1. Artikel 20 van het Re-integratiebesluit vormt de grondslag voor de verlenging van de termijn van vijf jaren van artikel 29b ZW en luidde ten tijde in geding als volgt: ”Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in de artikelen 29b en 90 van de Ziektewet wordt vastgesteld dat hij lijdt aan ziekte of gebreken, die maken dat hij binnen de in artikel 29b, eerste en vierde lid, van die wet bedoelde termijn van vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking respectievelijk na vaststelling van het recht op uitkering een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, wordt die termijn van vijf jaar voor afloop daarvan verlengd, indien op dat moment de ziekte of gebreken dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten naar het oordeel van het Uwv nog bestaan.”

4.2. De Raad heeft in zijn uitspraak van 22 februari 2012 (LJN BV6615) het standpunt onderschreven, dat uit de Nota van Toelichting op het Arbeidsgehandicaptebesluit volgt dat niet uitsluitend moet worden beoordeeld of er sprake is van een progressief verlopende ziekte maar dat ook moet worden bekeken of wordt voldaan aan het criterium ”aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten”.

4.3. Gelet op de uitgebrachte rapportages van de (bezwaar)verzekeringsarts, in het bijzonder de rapportage van 18 september 2009 van bezwaarverzekeringsarts mr. drs. E.J.M. van Paridon, kan worden vastgesteld dat het Uwv op goede gronden het standpunt heeft ingenomen dat werknemer weliswaar last heeft van veel voorkomende, in het algemeen vaak op wat langere termijn progressieve aandoeningen (arthrose, jicht) maar dat er geen aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten bestaat. Dat de gezondheidsklachten van werknemer ernstig progressief zijn kan daarom niet worden onderschreven. Het Uwv heeft dan ook terecht gewijzigd om het termijn van vijf jaar als bedoeld in artikel 29b van de ZW te verlengen.

4.4. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 tot en met 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen reden om te komen tot een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) H.J. Dekker

JvC