Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5926

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
11-6482 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ZW-uitkering. Medische beperkingen zijn niet onderschat. Geen aanknopingspunten om het onderzoek naar de enkelklachten van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig of de uitkomst daarvan onjuist te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6482 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 september 2011, 11/4108 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 12 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.M. Bonsen-Lemmers, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brieven van 8 augustus en 12 november 2012 zijn van de zijde van appellante nadere stukken ingediend

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Bonsen-Lemmers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1. Appellante, laatstelijk werkzaam als secretaresse, heeft zich, toen zij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, op 4 oktober 2010 ziek gemeld als gevolg van een linkerenkelbreuk en gescheurde enkelbanden. Op 29 december 2010 is zij gezien door verzekeringsarts E. von Boné, die concludeerde dat appellante haar enkel redelijk kon belasten en haar zittende werk weer kon verrichten. Bij besluit van 29 december 2010 heeft het Uwv appellante met ingang van 3 januari 2011 geschikt geacht voor haar arbeid en haar met ingang van die datum (verdere) uitkering ingevolge de Ziektewet geweigerd.

2. Appellante heeft in bezwaar aangevoerd, dat er een schroef scheef in haar enkel is geplaatst, waardoor zij lichamelijk en geestelijk veel last heeft van pijn aan haar enkel. Appellante is op 23 februari 2011 door bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn gezien, die, na verkregen informatie van de chirurg dr. S. Maartense van 23 maart 2011, heeft geconstateerd dat de enkel stabiel is, zij het met verhoogde gevoeligheid, waarmee een overwegend zittende functie naar behoren kan worden uitgevoerd. Bij besluit van 30 maart 2011 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 29 december 2010 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en daartoe overwogen, dat de stelling van appellante dat haar medische beperkingen zijn onderschat niet kan slagen. Ten aanzien van de enkelklachten heeft de rechtbank geoordeeld, dat er geen aanknopingspunten zijn om het onderzoek daarnaar van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig of de uitkomst daarvan onjuist te achten. De stelling van appellante dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar haar psychische klachten slaagt evenmin. De rechtbank sluit zich aan bij de visie van de bezwaarverzekeringsarts, dat uit die (enkele) stelling van appellante niet kan worden opgemaakt in welke mate die klachten een rol speelden. Daarbij weegt mee, dat uit de rapportages van de verzekeringsartsen niet blijkt dat appellante haar privé problemen en haar psychische klachten als gevolg van de pijnen uitdrukkelijk aan de orde heeft gesteld. Voorts is niet duidelijk welke behandeling de huisarts heeft voorgeschreven, terwijl van het uitzetten van een hulpvraag en gebruik van medicatie niet is gebleken. Het niet inwinnen van informatie bij de huisarts is ook niet onzorgvuldig. De rechtbank heeft daarom geen reden gezien om een deskundige te benoemen. Ten aanzien van de maatstaf arbeid heeft de rechtbank overwogen dat het om overwegend zittende arbeid gaat met af en toe lopen.

4. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat zij van de scheef geplaatste schroef in haar enkel veel pijn en beperkingen ondervond. Voorts is aangevoerd dat door de rechtbank ten onrechte is aangenomen dat er geen reden was om nader onderzoek te doen naar de psychische klachten.

5.1. De Raad ziet het hoger beroep geen doel treffen. Wat appellante ten aanzien van haar enkelklachten heeft aangevoerd maar niet heeft onderbouwd met nadere (medische) gegevens, is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. Dat appellante van 16 augustus 2011 tot 26 september 2011 door een maatschappelijk werker van het AMW Kwadraad is begeleid in verband met een veelvoud van spanningsklachten, legt onvoldoende gewicht in de schaal. Ook aan de omstandigheid dat appellante sinds 19 september 2011 onder behandeling is bij psychiater D. Babuskova in verband met een depressieve episode, kan niet het gewicht worden toegekend dat appellante daaraan gehecht wil zien. Immers, de datum in geding is 3 januari 2011 en de voornoemde begeleiding en behandeling hebben ruim nadien plaatsgevonden. Daaraan wordt toegevoegd dat in de summiere brief van psychiater Babuskova van 30 januari 2012 geen anamnese en onderzoeksresultaten zijn vermeld, enkel een diagnose en prognose. Deze brief vormt dan ook geen reden voor een nader medisch onderzoek.

5.2. Het voorgaande brengt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Er is geen aanleiding om te komen tot een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) D. Heeremans

TM