Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5812

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
11/4420 AW-PV
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om deel te mogen nemen aan de opleiding tot persoonsbeveiliger en directiechauffeur afgewezen.

Vast staat dat appellant de opleiding wenst te volgen in het belang van de bevordering van zijn externe werkgelegenheid. Ten tijde van de aanvraag resteerden nog ruim twee en een half jaar van de looptijd van zijn toenmalige dienstverband. De commandant heeft aan appellant kenbaar gemaakt dat hij onder de huidige omstandigheden en bij goed en volledig functioneren, het vooruitzicht heeft om in vaste dienst te worden aangesteld. Hierover zal appellant ten minste zes maanden voor het einde van zijn huidige dienstverband worden geïnformeerd. Appellant heeft verder recent de interne dienstopleiding voor bewaker gevolgd. De commandant heeft de aanvraag in redelijkheid kunnen afwijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/4420 AW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 juni 2011, 10/8324 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

Commandant Zeestrijdkrachten (commandant)

Zitting heeft: K. Zeilemaker

Griffier: N.M. van Gorkum

Ter zitting zijn verschenen:

Appellant bij gemachtigde mr. M.M. van Beet.

De commandant bij gemachtigde mr. L.M. Ju.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellant was met ingang van 21 november 2009 tot 7 september 2012 in tijdelijke dienst aangesteld als beveiligingsbeambte bij het Marine Beveiligingskorps. Appellant is inmiddels in vaste dienst aangesteld.

Bij besluit van 19 mei 2009 heeft de commandant de aanvraag van appellant van 24 maart 2010 om deel te mogen nemen aan de opleiding tot persoonsbeveiliger en directiechauffeur afgewezen. Deze afwijzing heeft de commandant na bezwaar gehandhaafd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.

Ingevolge artikel 94a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie kunnen, aan de ambtenaar die dat wenst, naar bij ministeriële regeling te stellen regels bepaalde studiefaciliteiten worden verleend, indien de ambtenaar naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel een studie of opleiding voor eigen rekening volgt of heeft voltooid die mede in het belang van de dienst of in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid is.

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.2, waarnaar wordt verwezen, met juistheid overwogen dat de rechter een dergelijk besluit slechts terughoudend kan toetsen en dat aan de commandant een zekere beoordelingsruimte toekomt bij beantwoording van de vraag of de tegemoetkoming verleend kan worden.

Vast staat dat appellant de opleiding wenst te volgen in het belang van de bevordering van zijn externe werkgelegenheid. Ten tijde van de aanvraag resteerden nog ruim twee en een half jaar van de looptijd van zijn toenmalige dienstverband. De commandant heeft aan appellant kenbaar gemaakt dat hij onder de huidige omstandigheden en bij goed en volledig functioneren, het vooruitzicht heeft om in vaste dienst te worden aangesteld. Hierover zal appellant ten minste zes maanden voor het einde van zijn huidige dienstverband worden geïnformeerd. Appellant heeft verder recent de interne dienstopleiding voor bewaker gevolgd.

Gelet op voorgaande feiten, in onderlinge samenhang bezien, heeft de commandant de aanvraag in redelijkheid kunnen afwijzen.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Verwezen wordt naar hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen.

Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

RH